Tag Archives: theater

Juliette Binoche als Antigone

We schrijven het Jaar Des Heren 1993. Zielsvriend Peter en ik allebei studerende aan de universiteit, zij het in verschillende steden. We corresponderen met elkaar. In briefvorm, email en sms waren nog niet erg hard ingeburgerd. In één van de wekelijkse brieven schrijven we over een nieuwe film die onze aandacht trekt : “Trois Couleurs : Bleu”. We raken onmiddellijk begeesterd. Door de vertelstijl van regisseur Krzysztof Kieslowski, door de muziek van Zbigniew Preisner. En niet in het minst door de ravissante verschijning van Juliette Binoche. We verslinden de rest van de “Trois Couleurs” trilogie, The Unbearable Lightness of Being, Damage, … En zo verder naar andere arthouse ontdekkingen. De filmposter van “Trois Couleurs : Bleu” hangt zelfs prominent op mijn studentenkot.

Forward naar juli 2014. Het komt Peter ter ore dat Ivo van Hove Antigone gaat opvoeren. Met in de hoofdrol Juliette Binoche. Twee namen waarvan ik hoge verwachtingen heb. We twijfelen niet en bestellen onmiddellijk tickets. Voor april 2015, nog nooit zo lang op voorhand tickets voor theater gekocht. Maar er worden dan ook maar 4 voorstellingen gespeeld (en “het leven is voor de rappe“).

Antigone
Juliette Binoche in Antigone (foto door buffieke)

Wat we gisteren zagen was een vrij klassiek Grieks Drama. Met hoofdletter, jawel. De oude Grieken gingen voor niet minder dan het confronterende noodlot en dat deed Ivo van Hove met zijn regie ook. Daardoor kwam het verhaal ook zeer duidelijk en prominent op de voorgrond en niet zozeer de acteurs. Binoche werd dan ook niet op een piedestal gezet, noch tijdens, noch na de voorstelling. Wat haar sierde. De meest indringende vertolking van de avond kwam echter van Koning Kreon, gespeeld door Patrick O’Kane (die ook nog in “Exorcist : The Beginning” meespeelde, kijk eens aan).

Antigone
Antigone

Door de klassieke aanpak beklijfde het stuk zeer sterk. Na de laatste jaren al veel moderne interpretaties van Griekse klassiekers gezien te hebben, die vaak te vrijblijvend waren en alle emotie banden, was deze voorstelling waar radicale keuzes ook diep sneden een verademing. Geen onduidelijke symboliek, geen moeilijke verwikkelingen, wel een oprecht verhaal over extreme overgave, over de strijd van het individu tegen de gevestigde macht.

Was het de moeite om Juliette Binoche te gaan bewonderen ? Zeer zeker. Ivo van Hove brengt een internationale, sterke cast bijeen en regisseert een theaterstuk dat staat als een huis. En we zijn samen in één ruimte geweest met de vrouw die ons al jaren kan bekoren, is het niet Peter ? Bovendien heeft dame Binoche ook een verhaal naast het podium te vertellen. “De mensheid is nog niet volwassen geworden“.

Antigone van Sophocles in een nieuwe vertaling van Anne Carson (Ivo van Hove | Barbican London & Les Théâtres de la Ville de Luxembourg, ism. Toneelgroep Amsterdam), gezien in De Singel, Antwerpen op 3/4/2015

Featured image by Movieplex

Achter de wolken – ‘t Arsenaal

‘k Was er niet zo zot van, van Achter de wolken van ’t Arsenaal. Chris Lomme en Jo Demeyere voor het eerst samen op de planken, was zowat de slogan om het stuk aan de man te brengen. En de synopsis : 2 mensen die mekaar 40 jaar niet meer gezien hebben en wat dat geeft na al die tijd.

20111118-202947.jpg

En bij die synopsis bleef het ook een beetje. Ja, ze krijgen een relatie met elkaar (voorspelbaar) en ze weten niet goed hoe daarmee verder te gaan. Ze zijn oud, ze hebben spijt van gemiste kansen. Zo kabbelt het een beetje voort. Nooit komt het echt tot een catharsis (mijn theaterdada) die het stuk opheft. Na een half uur sloeg het stuk zelfs even helemaal om en leek ik naar een deurenkomedie te zitten kijken. Een misplaatste wending was dat.

Intrigerend vond ik het wel om na de grappen-en-grollen-scène Lomme en Demeyere mekaar te zien aanraken in een breekbaar moment. Ik voelde me zelfs plaatsvervangend gênant (je ouders zien vrijen, dat gevoel) en wist niet goed waarom.

En wat een spuuglelijk decor zeg ! Geen idee hoe dat in de productie is verzeild geraakt. Wie gezegd heeft : “Ja, dat zetten we op het podium, klasse” en ook : wie dat niet heeft durven tegenspreken.

Ook positieve noten, gelukkig. Het stuk werd zeer stevig gedragen door het onmiskenbare metier van deze 2 rasacteurs. En daardoor bleef ik kijken, anders had ik de zaal na een klein uur al verlaten. Hoe ze verdriet neerzetten of gemis uitbeelden. Krachtig en eenvoudig als je ’t ziet, maar het verraadt jarenlange ervaring.

Het idee van decennia verloren kansen is intrigerend en de acteurs waren goed gekozen. Maar het had nog meer kunnen opleveren, naar mijn bescheiden mening.

Gezien in CC Westrand, Dilbeek op 17/11/2011

Het uur van de prutser (Wim Helsen)

Hoeft Wim Helsen nog een introductie ? Ja en neen, denk ik. Iedereen kent ‘m van tv. Van “Vrienden van de poëzie” op Man bijt Hond en misschien ook van zijn Canvas talkshow “Het programma van Wim Helsen”. En nu ook van zijn filmdebuut in “Dirty Mind”.
Maar je krijgt een andere Helsen te zien in zijn cabaretvoorstellingen. Nog grappiger, soms ook dreigender, maar vooral nog vuriger. Helsen speelt vaak met de dunne lijn tussen realiteit en fictie, tussen werkelijkheid en fantasie. En hij doet dat op zo’n geniale manier dat er iets onstaat wat zeer doeltreffend op de lachspieren werkt. Ook de drastische wendingen tussen humor en ernst typeren zijn speelstijl.

Niet anders is het in zijn nieuwste show “Het uur van de prutser”. “Grappen en grollen, een avond vol vertier”, zo vertelt hij zelf. Maar plotsklaps kan zijn betoog omslaan naar de miserie van het leven, of de rottigheid in het brein van de mensheid. Of is dat maar schijn ?
Wim Helsen is voor mijn op zijn best wanneer hij één idee uitpuurt en daar dan helemaal loos mee gaat, tot het vaak bittere en perverse einde. Dat heb ik in “Het uur van de prutser” méér gemist dan in “Bij mij zijt ge veilig”, zijn voorlaatste show (en mijn absolute favoriet). Maar laat dat vooral detailkritiek zijn.

Helsen sleept je in “Het uur van de prutser” in een rotvaart mee door zijn bizarre universum en laat je na wat een veel te korte rit lijkt te zijn op het einde een beetje verweesd achter met pijn aan de lachspieren. Meer verklappen zou afbreuk doen aan zijn show. Gaat dat zien, gaat dat zien !

(Gezien in CC Strombeek op zaterdag 28 februari 2009)

Achterklap – Adriaan Van den Hoof

Na talloze muzikale performances met El Tattoo Del Tigre en Discobar Galaxie en humoristische uitspattingen in Comedy Casino en Man Bijt Hond gaat artistieke duizendpoot Adriaan Van den Hoof solo. Of hij zichzelf als die duizendpoot klassificeert denk ik niet. Maar hij mag er zeker van zijn dat hij alvast één ding kan, en dan nog heel goed en in veel verschillende vormen. Het is een entertainer pur sang en dat toont hij ten volle in Achterklap, zijn eerste comedyspektakel.

Nog vóór het doek opent was de show al begonnen onder de vorm van “nuttige afspraken om de avond goed te laten verlopen”. En daarmee was de toon gezet en het ijs gebroken.
De affiche van de voorstelling hing uitvergroot op het podium en diende als leidraad (of als redmiddel ?) door de show. Van den Hoof vertelde over zijn helden op de affiche (Batman, Betty Page, Godzilla) en greep later mooi terug naar die verhaallijnen.

Zijn typetjes (Daan & Seppe, de tango kerel uit Man Bijt Hond) kwamen af en toe om de hoek piepen, maar waren geen noodzaak om zijn show neer te zetten. Als zichzelf stoomde hij de avond door. We zagen Ad (zo noemde hij zichzelf vaak) een aantal theatervormen parodiëren. Hij liet zich compleet gaan in “de moderne dans”, “Tsjechov” en wat hijzelf meesmuilend “miejoesical” noemt. En het werkte, het publiek lachte tranen met tuiten. Ook de act met de sprekende schilderijtjes was origineel. Een technisch mankement werd met een kwinkslag omgebogen tot een nieuwe grap. Net daarin herkent men de klasse van een comedian.

Minder gelukt waren het muzikale stukje, maar niet eens omdat de man geen klassezanger is noch gitaar spelen. Als grap woog het gewoon te licht. Ook het moppenkwartiertje viel nét te lang uit en past beter in het concept van Comedy Casino.

Maar dan zoek ik spijkers op laag water. Als eerste, avondvullende soloshow is Achterklap met brio geslaagd. Het laat zich nog het best samenvatten als standup comedy over de leefwereld van Van den Hoof. Hopelijk krijgen we in de toekomst nog meer glimpen vanachter de schermen.

Gezien in CC Strombeek op 28 maart 2008

Heen – De Werf

Toneelhuis De Werf is bijzonder productief dit seizoen. Momenteel brengen ze onder andere “Soeur Sourire”, “Confidenties aan een ezelsoor”, “A funny thing happened to me” en “Heen”, dat laatste stuk naar een theatertekst van Jobst Schnibbe.

Pionnen in het stuk zijn een dokter en zijn vrouw, de zus van de vrouw en een patiënt met geheugenverlies. De doktersvrouw wil plotsklaps haar man verlaten. Net op dat moment komt haar zus na jaren terug uit het buitenland. En komt er een anonieme man in het spel, die na een ongeval zijn geheugen kwijt is en in het ziekenhuis verzorgd wordt door de dokter.

Het verhaal intrigeert door een aantal onbekende factoren. Waarom wil de vrouw van haar man af ? Waarom gaat ze de anonieme man opzoeken ? Wat is er gaande tussen de dokter en zijn schoonzus ? Een onbestemd gevoel van verlies en gemis dringt zich op. De personages worden een hulpeloze speelbal tussen een vervagend verleden en een onzekere toekomst. Ze slaan op de vlucht, zoeken een schuilplaats of nieuwe horizonten, maar alles blijft onzeker.

De regie zorgde voor continuïteit en gelaagdheid in het hele stuk. Bij scènewisselingen bleeft één personage uit de vorige scène staan, terwijl een ander de nieuwe scène binnentrad. De acteurs die niet aan de scène deelnamen waren toch vaag aanwezig, achter een doorschijnend doek. Vervagend, net zoals de grenzen die de personage aftastten.

De auteur stond zelf mee op het toneel als de anonieme man, naast Sara Vertongen (de doktersvrouw), Mieke De Groote (de (schoon)zus) en Mattias De Meulenaere (de dokter). Zijn licht Duitse accent versterkte de rol van een personage met geheugenverlies. Het deed ook deugd Sara Vertongen eens niet als kameleon op de bühne te zien (“A funny thing …”, “Spoon River”, “DansenDrinkenBetalen”), maar in een rol uit één stuk.

“Heen” gaat over mensen die plots geconfronteerd worden met onverwachtse wendingen of met frustraties in hun leven. En hoe iedereen daar anders mee omgaat. Maar of ze ook iets vinden op hun zoektocht naar houvast of nieuwe inzichten ? Ze gaan heen, dat is de enige zekerheid. En dat zat mooi in het stuk vervat.

(Gezien in CC Dilbeek op 20 maart 2008)

Omdat het niet anders kan – De Tijd

Verveeld met zich als een slak vooruitslepende werkweek en een slaapgebrek vertrok ik vorige donderdag naar het CC in Dilbeek. Niet bepaald de goeie ingesteldheid om een dik uur geconcentreerd te luisteren naar gedichten van Neruda, gebracht door De Tijd. Een half uur later was mijn theaterminnende ik dan toch bij de les en kon ik genieten. En kon ik mij laven aan de passie van Neruda’s poëzie.

Op het enkel met rood verlicht doek aangekleed podium namen 6 mensen plaats. 5 doorwinterde acteurs en één jonge actrice, zoals in het boekje werd aangekondigd. Beurtelings traden ze op het voorplan om één van de 100 sonnetten uit Cien sonetos de amor te brengen. Willekeurig en uit het hoofd, moet ik erbij vermelden, wat elke speelavond uniek maakt.
De 6e was Rony Verbiest, u weet wel, van Rony Verbiest Trio. Met zijn bandoneon, een instrument dat wonderwel past bij die zuiderse passiegedichten, voorzag hij de georakelde gedichten van een subtiel muzikaal likje verf.

De mannen van hun kant ademden het verlangen hartsgrondig uit, elk op hun eigenwijze manier. Maar van de prestatie van Barbara Vanwelden was ik niet uit het veld geslagen. Ze had te weinig weerwerk te bieden tegen het vijfkoppige mature mannenvolk. En dat ze gedichten van een man aan een vrouw moest brengen hielp hier niet bij. De Tijd wou door te kiezen voor een jongere actrice de sentimentaliteit mijden, maar dan had ik toch een ander soort vuurwerk in de plaats verwacht.

Van het poëtisch universum van Neruda kan men moeilijk zeggen dat het snel toegankelijk is. ‘s Mans woordcombinaties zijn niet altijd even snel te behappen. Dat ze werden voorgedragen vergde dan ook meer inspanning om de voorbijflitsende woorden in mentale beelden te kunnen omzetten. In dat opzicht ben ik dan ook meer fan van de taaleenvoud van De Coninck dan van het wrochten van Claus. Maar eens schoorvoetend binnengetreden in het allesomvattende van deze brok literatuur verlang je naar meer en eindigt de voorstelling abrupt.

De Tijd brengt met “Omdat het niet anders kan” de perfecte inleiding tot de poëzie van Neruda. Gaat dat zien, als u nog kan. De brochure eindigt met de zinsnede “Leve het verlangen”. Als bewoner van deze weblog kan ik dit alleen maar beamen.

(Gezien op 28/02/2008 in CC Dilbeek op 28/02/2008)

Als uitsmijter één van mijn favorieten van de avond : Sonnet 89. Helaas in het Engels, de eerbiedige vertaling van Willy Spillebeen heb ik niet online gevonden.

SONNET 89 by Pablo Neruda

When I die, I want your hands on my eyes:
I want the light and wheat of your beloved hands
To pass their freshness over me once more:
I want to feel the softness that changed my destiny.

I want you to live while I wait for you, asleep,
I want your ears still to hear the wind, I want you
to sniff the sea’s aroma that we loved together,
to continue to walk on the sand we walked on.

I want what I love to continue to live,
And you whom I love and sang above everything else
To continue to flourish, full flowered:

So that you can reach everything my love directs you to,
So that my shadow can travel along in your hair,
So that everything can learn the reason for my song!

Gezien in CC Dilbeek op 28 februari 2008

The lieutenant of Inishmore (Olympique Dramatique)

Augustus 2006. Ik zie in het programmaboekje van het CC dat de mannen van Olympique Dramatique een nieuw stuk brengen. Gauw boeken denk ik, Olympique Dramatique brengen sinds Drie Kleuren Wit en De Jossen steevast sterk theater. Altijd met een origineel verhaal, een aparte insteek en sterke acteerprestaties. U hoort mij al komen, The lieutenant of Inishmore kon voor mij die belofte niet inlossen.

Eerst het verhaal. Dat begint met een dode kat, die eigendom is van een Iers onafhankelijkheidsstrijder, het hoofd van een splintergroep van de partizanenbeweging. De kat is omgebracht door de oorspronkelijke groep partizanen. Zo willen ze de verrader terug naar huis lokken en hem daar in een hinderlaag verschalken. Nee, dit is niet slechts de inleiding tot het verhaal, dit is het verhaal tout court.

Alle acteurs spreken een eigen gebrouwd taaltje ; een mengeling van Engels, Duits, Frans, Nederlands en verscheidene Vlaamse dialecten, met een vleug “‘Allo ‘Allo” en een twist zoals kinderen denken een vreemde taal te kunnen spreken. Het feit dat de acteurs dit schijnbaar moeiteloos en heel het stuk door volhouden is straffe kost. Zet daar nog een pak knap acteertalent bij en op dat vlak zit het snor. De flarden Tarantino in het pistolenduel en de knipogen naar Monty Pyhton waren ook geslaagd. Maar qua regie en verhaal rammelt het teveel.

Volgens de makers moet het stuk een satire op extreem geweld zijn, een verhaal dat over the top gaat en een dreigende ondertoon heeft. Misschien doet het dat allemaal wel, maar dan wel té vrijblijvend en zonder richting. Het is leuk om een dialoogje over een dooie kat te aanhoren en de humor ervan in te zien, maar daarmee trek je ‘t geen 2 uur. De dreigende ondertoon en het prettig ontsporen van het verhaal zijn gewoon elementen op zich en dienen niet ter ondersteuning van een te weinig nadrukkelijk thema. Aan het eind van het stuk merk je dan ook de ideeën op zijn. Er wordt nog wat gespeeld met visuele humor, maar tegen dan is een spanningsboog allang zoek en is wat er dan ook opgebouwd moge zijn allang in mekaar gezakt.

Als ik er een etiket op moet plakken, dan hou ik het op vermakelijk amusement. Voor het overgrote deel van het publiek dan toch. Ikzelf moest een lachje forceren. En dat komt niet omdat er geen humor inzat of door een gebrek eraan van mijn kant. De hiaten in de onderbouwing van het stuk en de rommelige regie stonden mijn amusement in de weg.

Het moet niet niet elke keer diepgaand theater, maar er moet meer uit te halen zijn. Dit jonge gezelschap heeft a meer bewezen. The lieutenant of Inishmore doorstaat een vergelijking met de vorige stukken van Olympique Dramatique of pakweg Frustration Island van de Kakkewieten dan ook niet.

Gezien in CC Strombeek op 24 januari 2007

Overschotjes cultuur

Om de blog-annalen van 2006 ook cultureel af te ronden gooi ik mijn onafgewerkte kladjes Bruno-gewijs op een hoopje op tinternet, en wel in chronologische volgorde.

Platonov, Theater Antigone en Theater Zuidpool (28 oktober, CC Strombeek)
Johan Heldenbergh in een blijvend actueel stuk over een jongeman die vindt dat er niet genoeg engagement in zijn omgeving is. Dat, én zijn gevoel dat er meer moet te halen zijn uit het leven. Ironisch genoeg weet hij zelf ook niet hoe en koelt hij zijn frustraties op zijn geliefden. Decor en zichtbare regie waren zeer minimaal, waardoor de acteurs aangewezen waren op zichzelf om het stuk te vullen. En dat lukt, want voor mij was Platonov een stuk dat tot de kern ging en er écht stond. De onderhuidse woede van Johan Heldenbergh kwam hier goed tot zijn recht.

Ilse Delange (30 oktober, AB Brussel)
Van het Nederlandse meisje met het mooie snoetje had ik nog niet veel muziek gehoord. Dat ze country-getinte muziek zingt wist ik wel, maar daar hield het ook op. Ze heeft het onder de knie, het kunstje om met die typische, licht vibrerende stem wondermooie nummers te maken die een instant weemoedig en tegelijk behaaglijk gevoel opwekken. Wat Vonda Shepard ook doet bij Ally McBeal bijvoorbeeld.
Ik ben geen fan geworden, maar ‘k heb wel respect gekregen voor wat ze kan. Af en toe eens één van haar plaatjes opzetten moet kunnen.

In Memoriam (2 november, kerkhof Dilbeek)
Gezien de datum een wel heel toepasselijke theatervoorstelling op een kerkhof. Ijskoud en pikkedonker, die avond, gelukkig hadden de theatermakers gezorgd voor warme dekens, dito koffie en olielampjes. Het theaterstuk was opgevat als een soort kruisweg doorheen het kerkhof. Bij elke halte vertelde één van de acteurs over zijn ervaringen met dood en leven, aan de hand van anekdotes, bij leven én bij dood. Een aangrijpend stuk waar ik heel stil van werd.
Het meest beklijvende vond ik Hans Van Cauwenberghe als vader zonder zoon én grafdelver. Alsof hij het zelf had meegemaakt, zó oversteeg hij zijn rol en het stuk. De zinsnede “Af en toe moet het eens regenen in uwe kop, dan blijft het niet altijd grijs” vatte zijn visie op verdriet knap samen.

Absynthe Minded (10 november, CC Strombeek)
Het blijft een oud zeer, en als ze niet opletten ook een permanent : geluidstechnici die al dan niet bewust en onder het excuus van hun beroepsziekte de volumeschuivertjes teveel open zetten. Noodgedwongen heb ik het concert vanaf het tweede nummer met oorstoppen gevolgd (die ik trouwens vanaf nu naar elk concert meeneem), wat mijn beleving er niet op verbeterde. Maar van wat ik in deze omstandigheden kon ervaren heb ik zéér genoten. Absynthe Minded blijft een onnavolgbaar buitenbeentje in de Vlaamse rockwereld. Waar blijft die nieuwe plaat ?

‘k Val … Val in mijn armen (8 December, NTGent)
Wim Opbrouck op een podium, dat moet ik gezien hebben. Het blijft voor hilarische en ontroerende momenten zorgen. Samen met zijn publiek zoekt hij naar “momenten van bevrijding” (sic), om zijn ADHD én het ingehouden enthousiasme van het publiek een uitlaatklep te geven . Een avond met country als vertrekpunt, gebracht door 2 acteurs en dan nog in een schouwburg, het is geen alledaagse vertoning. In de bewust niet geheel affe voorstelling was, zoals het hoort, plaats voor veel gelach en een enkele traan. Zeker toen Els Dottermans en Wim Opbrouck zichzelf even June Carter en Johnny Cash waanden en de scène uit de film Walk The Line naspeelden, die waar Johnny June ten huwelijk vraagt op het podium. Ook te onthouden is de Cash-cover van “Jackson”, die omgedoopt werd tot “Menen”. Of “Fooled around and fell in love” van Elvin Bishop, waarbij Wim volledig uit de bocht ging en er “foefel eraan” van maakte. De interpretatie van “Motherland” van Nathalie Merchant vond ik dan weer minder geslaagd. En in het Brahms nummer hoorde ik, in tegenstelling tot de makers, helemaal geen country. Een prachtige afsluiter kwam er onder de vorm van “Fall” van Chip Taylor.

Gunter Lamoot, Henk Rijckaert (15 december, CC Strombeek)
Gunter Lamoot had ik eerder al in betere doen gezien en ook het materiaal was mij niet onbekend. Dat en het feit dat zijn stuk wel érg lang uitliep deden geen goed aan het prikkelen van mijn lachspieren. Hoewel de vuilbekkerij hoopvol lang uitbleef, werd het ten langen leste weer met bakken over de scène gegooid. Het shockeert allang niet meer, hooguit sorteert het nog een vervelingseffect. De zaal had ook meer zijn stijl uit De Laatste Show verwacht, werd mij duidelijk bij de commentaar tijdens het buiten gaan.
Naar het tweede deel van dit duo-optreden was ik zeer benieuwd. Nadat ik Henk Rijckaert een hele poos terug beloftevolle dingen had zien doen op een podium en hij sindsdien aan de weg was blijven timmeren op Cameretten, Humorologie en waar ook te velde, stond hij er nu met Loebas, zijn eerste langere show. De positieve evolutie naar meer geregisseerd cabaret was zeer duidelijk, op gevaar af de spontane rock&roll die hij tentoon kan spreiden te verliezen. De liedjes gaven beslist een meerwaarde aan zijn show. Blijven timmeren Henk !

Brand (16 december, De Werf Brugge)
Neef Jorre Vandenbussche en zijn vriendin Sara Vertongen hebben het aangedurfd om het teksttoneel van Ibsen te verorberen en het tot verteerbaar theater te brengen. Het consequent karakter van Brand, de jonge priester, leidt tot levensbepalende keuzes. Dat aspect van het stuk was heel beeldrijk uitgewerkt en liet zien waar die keuzes toe kunnen leiden. De link naar het fundamentalisme was dan ook snel gelegd, niet enkel op het theater (kleren en baard van Jorre), maar ook naast het theater. Daar hing de speech van Osama Bin Laden tegen de muur geplakt. Ook het hedendaags individualisme kwam als krachtlijn mooi naar voor, gezien de gevolgen voor de omgeving van het hoofdpersonage verregaand zijn.
Onbevooroordeeld kan ik in deze niet zijn wegens de familiebanden, maar toch was dit één van de sterkste dingen die ik al van Jorre en Sara heb gezien. Meer van dat in 2007 !

Thé Lau (20 december, AB Brussel)
Niettegenstaande onze late aankomst in de AB (sorry vrienden !) hebben we nog het grootste gedeelte van het concert kunnen volgen. Ik had Thé Lau al een paar keer eerder gezien (met The Scene op Rock Torhout, met Prima La Musica in de basiliek van Grimbergen) en telkens was ik zwaar onder de indruk van het kunnen van de God van Nederland. En dat was nu niet anders. Voor mij is Thé Lau momenteel een van de beste songschrijvers van de Lage Landen, naast Monza-man Stijn Meuris. Zijn songs bracht hij die avond in sobere vorm, met een kwartet van vrouwelijke strijkers en een pianist. Hij waagde zich ook aan een parlando gedicht over de woonplek van zijn zus en dat ging hem al even goed af.
“De dood, dat zijn violen,” wist Lau. Waarop hij een reeks songs over de dood bracht, die hij zelf als “het requiem van Lau” betitelde. Eén van die nummers was “Feest“, een festijn voor oor én gemoed. Op mijn begrafenis mogen ze het spelen. Mét violen.

Walvismuziek

“Het zijn niet de omstandigheden die je maken tot wat je bent, maar de manier waarop je ermee omgaat”. Zo begint Walvismuziek, de roman van Wally Lamb (originele titel She’s come undone), bewerkt en als monoloog gebracht door Peter De Graef.

Dolores Price is een uitgebluste vrouw die, getergd door een liefdeloze moeder, een weggelopen vader en een verkrachting op de koop toe, een zelfmoordpoging onderneemt. Wanneer deze mislukt moet ze in therapie bij een psychiater die het experiment niet schuwt. Eén en ander loopt verkeerd af, waardoor Dolores in death row belandt. Na haar dood vertelt ze fragmentarisch haar levensverhaal, en vertelt ze op het eerste zicht onschuldige anekdotes uit haar kinder- en tienertijd. Een mooie zinsnede als “Elke dag maakt mijn geheugen verschillende keren een kind van mij” gaat deze verhaaltjes vooraf.

De Graef kruipt in de huid van Dolores, vermomd als een mollige Tootsie, die langzamerhand meer dan alleen een eetprobleem blijkt te hebben. Hij doet dan op zijn zeer herkenbare manier, zoals vorig jaar in Iets over de liefde, door schijnbaar nonchalant en zonder zichtbaar te acteren het verhaal te brengen, maar op kousevoeten door te dringen tot de essentie. De losse verhaaltjes blijven elkaar helaas te lang opvolgen en daar heeft het stuk onder te lijden, want de aandacht van het publiek verslapt zienderogen. De poging om het vooral luchtig en hilarisch te houden helpt zeker niet, het neemt de sérieux weg die nodig is om de catharsis te versterken. Het zou helpen als de moeilijke relatie met Dolores’ moeder vroeger naar voor wordt gebracht, wat het meanderen van het stuk een richting kan geven. Eens het hoogtepunt voorbij beginnen alle stukjes puzzel wel in elkaar te vallen en begrijp je de (te) subtiele opbouw van Dolores’ levensverhaal, edoch, het zou sterker kunnen.

Niettemin is dit een onderhoudende monoloog over een gebroken vrouw, wiens verdriet onvermijdelijk tevoorschijn komt tussen het gebarsten glazuur van haar glimlach.

Walvismuziek is nog te zien tot en met 23 december in verschillende culturele centra’s.

Gezien in CC Strombeek op 26 november 2005