Tag Archives: poëzie

Omdat het niet anders kan – De Tijd

Verveeld met zich als een slak vooruitslepende werkweek en een slaapgebrek vertrok ik vorige donderdag naar het CC in Dilbeek. Niet bepaald de goeie ingesteldheid om een dik uur geconcentreerd te luisteren naar gedichten van Neruda, gebracht door De Tijd. Een half uur later was mijn theaterminnende ik dan toch bij de les en kon ik genieten. En kon ik mij laven aan de passie van Neruda’s poëzie.

Op het enkel met rood verlicht doek aangekleed podium namen 6 mensen plaats. 5 doorwinterde acteurs en één jonge actrice, zoals in het boekje werd aangekondigd. Beurtelings traden ze op het voorplan om één van de 100 sonnetten uit Cien sonetos de amor te brengen. Willekeurig en uit het hoofd, moet ik erbij vermelden, wat elke speelavond uniek maakt.
De 6e was Rony Verbiest, u weet wel, van Rony Verbiest Trio. Met zijn bandoneon, een instrument dat wonderwel past bij die zuiderse passiegedichten, voorzag hij de georakelde gedichten van een subtiel muzikaal likje verf.

De mannen van hun kant ademden het verlangen hartsgrondig uit, elk op hun eigenwijze manier. Maar van de prestatie van Barbara Vanwelden was ik niet uit het veld geslagen. Ze had te weinig weerwerk te bieden tegen het vijfkoppige mature mannenvolk. En dat ze gedichten van een man aan een vrouw moest brengen hielp hier niet bij. De Tijd wou door te kiezen voor een jongere actrice de sentimentaliteit mijden, maar dan had ik toch een ander soort vuurwerk in de plaats verwacht.

Van het poëtisch universum van Neruda kan men moeilijk zeggen dat het snel toegankelijk is. ‘s Mans woordcombinaties zijn niet altijd even snel te behappen. Dat ze werden voorgedragen vergde dan ook meer inspanning om de voorbijflitsende woorden in mentale beelden te kunnen omzetten. In dat opzicht ben ik dan ook meer fan van de taaleenvoud van De Coninck dan van het wrochten van Claus. Maar eens schoorvoetend binnengetreden in het allesomvattende van deze brok literatuur verlang je naar meer en eindigt de voorstelling abrupt.

De Tijd brengt met “Omdat het niet anders kan” de perfecte inleiding tot de poëzie van Neruda. Gaat dat zien, als u nog kan. De brochure eindigt met de zinsnede “Leve het verlangen”. Als bewoner van deze weblog kan ik dit alleen maar beamen.

(Gezien op 28/02/2008 in CC Dilbeek op 28/02/2008)

Als uitsmijter één van mijn favorieten van de avond : Sonnet 89. Helaas in het Engels, de eerbiedige vertaling van Willy Spillebeen heb ik niet online gevonden.

SONNET 89 by Pablo Neruda

When I die, I want your hands on my eyes:
I want the light and wheat of your beloved hands
To pass their freshness over me once more:
I want to feel the softness that changed my destiny.

I want you to live while I wait for you, asleep,
I want your ears still to hear the wind, I want you
to sniff the sea’s aroma that we loved together,
to continue to walk on the sand we walked on.

I want what I love to continue to live,
And you whom I love and sang above everything else
To continue to flourish, full flowered:

So that you can reach everything my love directs you to,
So that my shadow can travel along in your hair,
So that everything can learn the reason for my song!

Gezien in CC Dilbeek op 28 februari 2008

Verlangzaam je verlangen

Een magnifieke zinsnede, vond ik dat, en heel toepasselijk hier op Het Grote Verlangen. Dit gedicht van Leonard Nolens was vorige week aan de beurt in Vrienden van de Poëzie.
Nolens zou het gedicht geschreven hebben na het aanschouwen van de rat race, van jachtige mensen in het verkeer.
Een mooie gedachte ook op zondag.

LAAT

Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.

Stap trager dan je hartslag vraagt.

Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen

En verdwijn met mate.

Neem niet je tijd
En laat de tijd je nemen –
Laat.

Genoeg

Gedichtendag, zo kon u overal al lezen. En daar wil ik mijn (persoonlijk) steentje aan bijdragen. Dit gedicht is er eentje dat op onze trouwuitnodiging stond en waarmee ik mijn liefste ten huwelijk heb gevraagd.

Genoeg
(vrij naar Herman De Coninck)

Naar men zegt is houden van vaak niet bijzonder
en vaker nog niet eens zo’n wonder.
Maar als er al een mens is die zonder kan,
dan ik zeker niet, want wij zonder jou
is tergend traag slijtend verdriet.

Vroeger dacht ik : liefde is het grote verlangen
naar vurig verlangen en innig beminnen,
Nu is het ook mijn handen verwarmen
aan je zachte wangen,of tussen de regels lezen
van je soms stilzwijgende zinnen.

Het begon met: “ik durf het bijna niet te vragen”,
waarna we stuntelig zoenden
en we al voelden, maar mooi nog niet zegden
dat we ‘t wel met elkaar wilden wagen.

Ondertussen hebben we een huis en een kater
en vroeger en binnenkort,
en ook een hoopvol later
maar voor alles, alles voor, en altijd mekaar.

Het liefste zou ik dan ook
elke dag je hand in de mijne leggen
en je zeggen
Hou jij van mij, en ik van jou
en dat, mijn liefste, is al genoeg.

Aubade – voor vriend P.

Bij het opkuisen van onafgewerkte berichtjes op Blogspot, kwam ik onderstaande tegen. Het gedicht is oorspronkelijk geschreven door Benno Barnard, voor zijn vriend Piet Piryns. Wel, vriend P. deze is voor jou. Tijd dat we deze poëzie nog eens lijfelijk beleven !
We praten tot we blauw zien van de ochtend
De kroeg is draaierig van de sigaretten
Een vaatdoek hangt over de tapkraan te slapen.
“Als ik wist wie ik was, was ik een ander.”

We wankelen kaarsrecht naar de toiletten.
Ah, l’orgasme du pauvre … Het water zwijgt.
De voordeur staat te geeuwen van de krant.
Een derde man ligt de dood na te apen.

O, het zachtzinnige schrikbewind van de vriendschap !
Weinigen durven te spreken tegen de hemel, vele zullen de mus wel zien vallen en haar niet vangen (maar mogelijk de barmeid met de kuiltjes in haar wangen).
Wij zetten het mes in de wind die haar optilt !

En nu we toch niets doen, drinken we holle glazen op onze moeders, die we dieper en dieper begraven in de ijzeren anekdote van onze jeugd, en herinneren ons glimlachend dat ijdele verlangen naar een zuiden onder de zilveren wolken, van deze dampende landen de iconostase …
En op onze vaders, zoveel vermoorder dan hoefde !

“Ik heb een boek geschreven, maar het niet gelezen.”
“Niemand heeft ons verteld wie wij waren.”
We schrapen de rest van ons hart leeg.
We murmureren als joden.

De dag is wit als deeg.
Ik kijk met mijn bijtende ogen
op het grote horloge van de goden,
dat tussen gerafelde wolken hangt:

Het is drieduizend jaar in Europa.

Stilte in de stad

Ik heb je gemist,
Stille straten,
Stilte in de stad,
Stille mensen veilig achter hun gevels,
En het diepste donker van de nacht.

Ik heb je gemist,
Je rust was zoek,
Het licht voor een blinde,
die niet weet dat hij niet ziet
en plots voelt wat hij zoekt

Vanavond was je er,
Geruis- en zonder lawaai
Ik omarmde je
En loste langzaam op,
In de stilte van de stad