Tag Archives: concert

Monza met Rock im ring – het beest in Stijn Meuris

Vorige donderdag stond er een onalledaags spektakel op stapel op het Kolonel Dusartplein in Hasselt. Van ver doemde al een rood-witte circustent op. Een groot brandend “Monza” bovenaan de tent gaf een niet mis te verstane hint : hier is ‘t. Monza, nog steeds hét vehikel voor Stijn Meuris’ muzikale brein, bracht met “Rock im ring” hun nieuwe CD Attica! naar een live publiek, in de tent van Circus Malter. Enigszins nostalgisch (al eerder gedaan met een tournee van Noordkaap), anderzijds een goeie manier om nieuw publiek te lokken.

De setting zorgde voor een zelden geproefde sfeer bij een optreden. Het publiek zat bijna rondom het centrale podium op klassieke houten circusbankjes. Circusmensen gingen rond met bier uit flesjes. De tent stonk nog een beetje naar beesten. Kortom, een onvervalste kermissfeer hing in de lucht.

Het cirkelvormige podium was tot na het eerste nummer nog mysterieus omhuld tot in de nok van de tent. Toen letterlijk het doek viel konden we de nieuwe wolven van Monza voor het eerst aanschouwen. Dorstig en gedreven stuwden vooral de Kurt Cobain-lookalike broertjes Delacourt de show vooruit.

Maar ook Meuris stond bijzonder scherp die avond. Zonder veel bindteksten gooide hij de nummers naar het publiek en de talrijke aanwezige pers, als waren het hompen rauw vlees naar de leeuwen. Dat publiek reageerde teleurstellend lauw, wat vooral aan de veel niet-betalende genodigden gelegen zal hebben.

Live scoren de nieuwe nummers veel beter dan op plaat. Bij rustige beluistering van de CD werkt vooral de luidheid al snel op de zenuwen, terwijl de geldingsdrang van Attica! op een podium voluit kan ontplooien.

Tussen de nieuwe nummers door was er nog ruimte voor een paar Grand songs en één enkele Noordkaap melodie. Vooral bij die oudere nummers twijfel ik nog tussen het stormende geluid van de nieuwe band en het tikje meer finesse en diepgang van de oudere.

Monza heeft met Attica! opnieuw een rist nieuw en stevig materiaal klaar die ze ongetwijfeld op menig zomerfestival bij u in de buurt zullen brengen. Of een concertje in de tent, nog tot eind mei. Mis het niet, Meuris en de zijnen zullen u niet teleurstellen.

Gezien in Hasselt op 3 april 2008

TV Tunes KN2

Een tijdje terug schuimden de “geitenbreiers van dienst” Wim Opbrouck en Ron Reuman het land af met hun liedjesshow TV Tunes KNT. Het concept was zowel eenvoudig als geniaal : de liedjes en begingenerieken van tv-programma’s uit onze kindertijd versmelten tot één muzikaal geheel en overgieten met een flinke scheut absurde Opbrouck-humor. De show was een leuke mix van jeugdsentiment, muzikaliteit en humor, en is vastgelegd voor de eeuwigheid op de gelijknamige CD.

Met TV Tunes KN2 proberen ze het opnieuw. Ondertussen de kinderprogramma’s ontgroeid schakelen ze over op de tv tunes uit hun tienertijd : The A-team, Dallas, Knight Rider, The Love Boat, The Flinstones en Skippy.

Met het aanstekelijke en onuitputtelijke enthousiasme van Wim Opbrouck (“Paracetamol !”) werd het ene nummer na het andere aan hoog tempo de zaal in gekatapulteerd. Muzikaal werden we eveneens verwend, met stuk voor stuk muzikale multi-talenten op het podium. Skippy the bush kangaroo kreeg zelfs niet alleen muzikaal meedoen, maar diende ook als gimmick doorheen de show.

Soms vermengden ze riffs en teksten van tig verschillende nummers tot één grote medley, maar al even vaak gingen ze daar te ver in. Het concept van de show teert namelijk op het collectief geheugen. Maar wanneer een tune té zeer werd verbouwd viel de herkenning weg en bleef het publiek wat op zijn honger zitten.
“‘s Avonds” van Toon Tellegen was bij vorige editie een prachtige afsluiter en een weldoend rustpunt in de show. Daar ontbrak het deze show aan, of je moest het thema van Love Boat meetellen, dat uiteindelijk toch ook uit de hand liep.

Gemengde gevoelens bij deze voorstelling dus. De plezante gekte van Wim Opbrouck doet het nog steeds, maar de mix en de arrangementen van de nummers schoten soms hun doel voorbij. Het sprankelende van de eerste editie is wat verdwenen. Wat blijft is een pretentieloze show nokvol nostalgische tunes en een flinke dosis ongegeneerde gekdoenerij.

Gezien in CC Strombeek op 2 april 2008

Jef Neve trio

Gisteren stond het concert van het Jef Neve trio in de Google kalender. We hadden het trio al een paar keer gemist op de zomerfestivals, maar de tickets voor hun concert in de AB hadden we al een tijdje op zak.

Niet dat ik een jazzkenner ben, hoogstens een genieter. Wat me het het voordeel geeft dat ik onbevangen naar zo’n concert kan, en tegelijk het nadeel dat er een weinig gefundeerd verslag kan geschreven worden :-).
Het onbevangen gevoel dan maar. Vanaf de eerste klanken heb ik genoten. Het was meteen zó raak en zó vol gevoel dat er rillingen bij kwamen kijken. En er weer een geweldige stream of consciousness op gang kwam. Ik was zo ver weg in gedachten dat ik bij momenten niet meer bewust de muziek aan het beluisteren was.

De mannen zijn er overigens niet vies van om op andere manieren klanken te produceren. De drummer ging aan de slag met een kookpotdeksel en andere holle voorwerpen. Jef Neve zelf kroop bijna in zijn piano om aan de snaren te pulken. Zozeer zelfs dat hij badend in het zweet zijn bindteksten kwam brengen. Het moet topsport zijn voor die mens.

Het viel me ook op hoe weinig ruimte de individuele instrumenten kregen. Geen plaats voor ellenlange solo’s van piano, drum of contrabas, bijna altijd was er samenspel. En dat was goed zo, het hield de flow gaande die zo kenmerkend zijn aan de nummers van het trio.

Voor mij was het een concert dat me doet zoeken naar meer. Ik heb het ook met literatuur : als één boek van een auteur me bevalt, dan wil ik de rest van het oeuvre ook lezen.

Ik las op de site van Jef Neve dat het concert ook is opgenomen voor een live DVD. Als ik dat geweten had dan waren we *niet* op de eerste rij gaan zitten.

Op de site van Radio 1 kan je ook een interview met Jef Neve voor het programma DNA herbeluisteren. Ik onthoud volgende uitspraken : “als een muzikant speelt zoals hij is als mens, dan voel je dat, dat dat echt is.” Precies het gevoel dat ik gisteren had. En nog “Ik wil goed leven : me bewust zijn van me geluk en het delen met andere mensen.” Ik was helemaal mee.

(gezien in de AB op 14 oktober 2007)

Terzijde : met het “vernieuwde” Radio 1 zijn we er niet op vooruitgegaan om programma’s te herbeluisteren. Waar er vroeger nog één link stond om een programma te herbeluisteren, staan er nog soms 5. De muziek is eruit geknipt (tot daar nog aan toe) en er is ook geen reclame meer te horen (goddank). Maar is het nu zoveel moeite om die vijf stukjes aaneen te plakken ?
En de kwaliteit van de herbeluisteringen is ook “vernieuwd”. Het lijkt wel alsof je naar de AM-band zit te luisteren op een plek met slechte ontvangst. En dat in tijden van breedbandinternet …
Maar ik zal mijn grieven maar niet emailen naar Radio 1 zeker ?

Overschotjes cultuur

Om de blog-annalen van 2006 ook cultureel af te ronden gooi ik mijn onafgewerkte kladjes Bruno-gewijs op een hoopje op tinternet, en wel in chronologische volgorde.

Platonov, Theater Antigone en Theater Zuidpool (28 oktober, CC Strombeek)
Johan Heldenbergh in een blijvend actueel stuk over een jongeman die vindt dat er niet genoeg engagement in zijn omgeving is. Dat, én zijn gevoel dat er meer moet te halen zijn uit het leven. Ironisch genoeg weet hij zelf ook niet hoe en koelt hij zijn frustraties op zijn geliefden. Decor en zichtbare regie waren zeer minimaal, waardoor de acteurs aangewezen waren op zichzelf om het stuk te vullen. En dat lukt, want voor mij was Platonov een stuk dat tot de kern ging en er écht stond. De onderhuidse woede van Johan Heldenbergh kwam hier goed tot zijn recht.

Ilse Delange (30 oktober, AB Brussel)
Van het Nederlandse meisje met het mooie snoetje had ik nog niet veel muziek gehoord. Dat ze country-getinte muziek zingt wist ik wel, maar daar hield het ook op. Ze heeft het onder de knie, het kunstje om met die typische, licht vibrerende stem wondermooie nummers te maken die een instant weemoedig en tegelijk behaaglijk gevoel opwekken. Wat Vonda Shepard ook doet bij Ally McBeal bijvoorbeeld.
Ik ben geen fan geworden, maar ‘k heb wel respect gekregen voor wat ze kan. Af en toe eens één van haar plaatjes opzetten moet kunnen.

In Memoriam (2 november, kerkhof Dilbeek)
Gezien de datum een wel heel toepasselijke theatervoorstelling op een kerkhof. Ijskoud en pikkedonker, die avond, gelukkig hadden de theatermakers gezorgd voor warme dekens, dito koffie en olielampjes. Het theaterstuk was opgevat als een soort kruisweg doorheen het kerkhof. Bij elke halte vertelde één van de acteurs over zijn ervaringen met dood en leven, aan de hand van anekdotes, bij leven én bij dood. Een aangrijpend stuk waar ik heel stil van werd.
Het meest beklijvende vond ik Hans Van Cauwenberghe als vader zonder zoon én grafdelver. Alsof hij het zelf had meegemaakt, zó oversteeg hij zijn rol en het stuk. De zinsnede “Af en toe moet het eens regenen in uwe kop, dan blijft het niet altijd grijs” vatte zijn visie op verdriet knap samen.

Absynthe Minded (10 november, CC Strombeek)
Het blijft een oud zeer, en als ze niet opletten ook een permanent : geluidstechnici die al dan niet bewust en onder het excuus van hun beroepsziekte de volumeschuivertjes teveel open zetten. Noodgedwongen heb ik het concert vanaf het tweede nummer met oorstoppen gevolgd (die ik trouwens vanaf nu naar elk concert meeneem), wat mijn beleving er niet op verbeterde. Maar van wat ik in deze omstandigheden kon ervaren heb ik zéér genoten. Absynthe Minded blijft een onnavolgbaar buitenbeentje in de Vlaamse rockwereld. Waar blijft die nieuwe plaat ?

‘k Val … Val in mijn armen (8 December, NTGent)
Wim Opbrouck op een podium, dat moet ik gezien hebben. Het blijft voor hilarische en ontroerende momenten zorgen. Samen met zijn publiek zoekt hij naar “momenten van bevrijding” (sic), om zijn ADHD én het ingehouden enthousiasme van het publiek een uitlaatklep te geven . Een avond met country als vertrekpunt, gebracht door 2 acteurs en dan nog in een schouwburg, het is geen alledaagse vertoning. In de bewust niet geheel affe voorstelling was, zoals het hoort, plaats voor veel gelach en een enkele traan. Zeker toen Els Dottermans en Wim Opbrouck zichzelf even June Carter en Johnny Cash waanden en de scène uit de film Walk The Line naspeelden, die waar Johnny June ten huwelijk vraagt op het podium. Ook te onthouden is de Cash-cover van “Jackson”, die omgedoopt werd tot “Menen”. Of “Fooled around and fell in love” van Elvin Bishop, waarbij Wim volledig uit de bocht ging en er “foefel eraan” van maakte. De interpretatie van “Motherland” van Nathalie Merchant vond ik dan weer minder geslaagd. En in het Brahms nummer hoorde ik, in tegenstelling tot de makers, helemaal geen country. Een prachtige afsluiter kwam er onder de vorm van “Fall” van Chip Taylor.

Gunter Lamoot, Henk Rijckaert (15 december, CC Strombeek)
Gunter Lamoot had ik eerder al in betere doen gezien en ook het materiaal was mij niet onbekend. Dat en het feit dat zijn stuk wel érg lang uitliep deden geen goed aan het prikkelen van mijn lachspieren. Hoewel de vuilbekkerij hoopvol lang uitbleef, werd het ten langen leste weer met bakken over de scène gegooid. Het shockeert allang niet meer, hooguit sorteert het nog een vervelingseffect. De zaal had ook meer zijn stijl uit De Laatste Show verwacht, werd mij duidelijk bij de commentaar tijdens het buiten gaan.
Naar het tweede deel van dit duo-optreden was ik zeer benieuwd. Nadat ik Henk Rijckaert een hele poos terug beloftevolle dingen had zien doen op een podium en hij sindsdien aan de weg was blijven timmeren op Cameretten, Humorologie en waar ook te velde, stond hij er nu met Loebas, zijn eerste langere show. De positieve evolutie naar meer geregisseerd cabaret was zeer duidelijk, op gevaar af de spontane rock&roll die hij tentoon kan spreiden te verliezen. De liedjes gaven beslist een meerwaarde aan zijn show. Blijven timmeren Henk !

Brand (16 december, De Werf Brugge)
Neef Jorre Vandenbussche en zijn vriendin Sara Vertongen hebben het aangedurfd om het teksttoneel van Ibsen te verorberen en het tot verteerbaar theater te brengen. Het consequent karakter van Brand, de jonge priester, leidt tot levensbepalende keuzes. Dat aspect van het stuk was heel beeldrijk uitgewerkt en liet zien waar die keuzes toe kunnen leiden. De link naar het fundamentalisme was dan ook snel gelegd, niet enkel op het theater (kleren en baard van Jorre), maar ook naast het theater. Daar hing de speech van Osama Bin Laden tegen de muur geplakt. Ook het hedendaags individualisme kwam als krachtlijn mooi naar voor, gezien de gevolgen voor de omgeving van het hoofdpersonage verregaand zijn.
Onbevooroordeeld kan ik in deze niet zijn wegens de familiebanden, maar toch was dit één van de sterkste dingen die ik al van Jorre en Sara heb gezien. Meer van dat in 2007 !

Thé Lau (20 december, AB Brussel)
Niettegenstaande onze late aankomst in de AB (sorry vrienden !) hebben we nog het grootste gedeelte van het concert kunnen volgen. Ik had Thé Lau al een paar keer eerder gezien (met The Scene op Rock Torhout, met Prima La Musica in de basiliek van Grimbergen) en telkens was ik zwaar onder de indruk van het kunnen van de God van Nederland. En dat was nu niet anders. Voor mij is Thé Lau momenteel een van de beste songschrijvers van de Lage Landen, naast Monza-man Stijn Meuris. Zijn songs bracht hij die avond in sobere vorm, met een kwartet van vrouwelijke strijkers en een pianist. Hij waagde zich ook aan een parlando gedicht over de woonplek van zijn zus en dat ging hem al even goed af.
“De dood, dat zijn violen,” wist Lau. Waarop hij een reeks songs over de dood bracht, die hij zelf als “het requiem van Lau” betitelde. Eén van die nummers was “Feest“, een festijn voor oor én gemoed. Op mijn begrafenis mogen ze het spelen. Mét violen.

Misia : De schoonheid en de troost

Als ik de naam Misia laat vallen bij vrienden en kennissen krijg ik vaak gefronste wenkbrauwen. Voor alle duidelijkheid, ‘t is een portugese zanger met catalaanse roots. Ze brengt een mix van klassieke fado en exuberantere variaties in freestyle. Maandagavond speelde ze met haar grenzeloos talent én tonnen gevoel de AB plat.

Voor het eerste deel, ingevuld met de meer klassieke fado, had de zangeres zich in een sober zwart en wit enkellang kleed gehuld. Ze vertelde over de fado en hoe nauw die verbonden is met de poëzie en de literatuur. Veel portugese schrijvers pennen speciaal voor haar teksten op bestaande melodieën en haar muzikanten doen hetzelfde voor bestaande gedichten. De toon van het eerste deel was overwegend ingetogen en ernstig, zoals we van Misia gewoon waren. Ook al houdt ze aan de klassieke benadering, toch blijft haar uitvoering van de fado standaarden beroeren.

Na de pauze maakte de show een grote ommezwaai. Het sobere werd ingeruild voor meer uitbundigheid humor en frivoliteit, zwart en wit werden ingeruild voor een zwartsatijnen mantelpakje met vuurrode accessoires en naaldhakken. Misia verwelkomde ons in Hotel Dramabox. Met de nodige pathetiek en goed gedoseerd drama nam ze ons mee naar alle kamers van het hotel, elk met hun eigen verhaal en hun eigen gasten. Bij elke gast paste een ander lied. Zo ging het van een heerlijk nummer van Dalida (Pour ne pas vivre seul) over Argentijnse tango tot haar favoriete zangeres, Amàlia Rodrigues.

Tussendoor maakte ze frivole zijsprongetjes als rasverteller, waardoor het niet lang duurde vooraleer ze het publiek op haar hand had, voor zover dat nog nodig was na een ijzersterk klassiek gedeelte. Over elke gast, meestal schrijvers, zangeressen of acteurs, vertelde ze een zelfverzonnen anekdote, met veel zin voor verbeelding en humor. Zichzelf vergeleek ze met iemand die geen geweldige zangeres is en ook geen fantastische actrice. Om iets te doen, vertelde ze, breide ze dan maar pullovers voor alles en iedereen, van haar familie tot de auto’s op straat. Misia liet in Hotel Dramabox een humoristische, blije en soms zelfs absurde en surrealistische kant zien die we nog niet van haar kenden.

Misia interpreteert de fado niet, ze ademt hem. Ze brengt deze levensliederen met zo’n schijnbaar gemak dat je vanzelf aanneemt dat het haar natuur is. Een doorleefd talent helpt haar de saudade moeiteloos naar haar publiek over te brengen.

Misia zingt vaak over de donkere kant van het leven, over snijdend verdriet en dof gemis. Maar de balsem die ze daarbij aanbrengt is onovertroffen. De schoonheid en de troost zijn nog nooit zó tastbaar geweest op een podium.

Les Nuits – Nits

Goh, ik zou nog vergeten verslag uit te brengen van een puik concert ! Veel kritiek hoeft u niet te verwachten, ik ben nogal bevooroordeeld als het over de Nits gaat (blind en doof, zou mijn liefste zeggen, die niet bepaald fan is). Het hoeft niet meer gezegd dat Het Radiofonisch Instituut en ik wél de tijd van ons leven hadden.

De set van Les Nuits bestond uit 2 delen. Het eerste deel moest de sfeer van de huiskamerconcerten oproepen die ze een tijdje geleden in Amsterdamse livings hebben gegeven. De set was dan ook semi-akoustisch en bestond uit all-time favourites die zowat allemaal op hun verzamel-CD’s te vinden zijn. Het was ook een “les in Nits songs”, want bij haast elk nummer vertelde Henk Hofstede de ontstaansgeschiedenis van het liedje. Zélfs voor doorwinterde fans een interessante uiteenzetting. De nummers zelf werden ook deze keer op een iets andere manier gespeeld dan hoe we ‘t gewoon op plaat, een vast handelsmerk van de Nits dat ik zeer kan appreciëren.

Na de pauze werden onze oren gemasseerd met recenter materiaal. Hoewel nieuwere songs de revue passeerden, bleken die toch al goed in het collectief geheugen van het aanwezige publiek te zitten. De gebruikelijke concertinstrumenten werden ook bovengehaald, zodat de klank aangezwengeld kon worden. Eén van Henks gitaren bleef echter weerspannig en liet het regelmatig afweten. Maar daar trok hij zich weinig van aan, het concert was goed op dreef en er moest al meer gebeuren om een domper op de speelvreugde te zetten. Het viel me trouwens weer op hoeveel goesting die mannen blijven hebben om op te treden. Regelmatig zag ik gelukzalige blikken van contentement over en weer springen. Dan weet je dat het goed zit, en dat voelde ik met mijn ogen dicht. Misschien jammer dat er niet meer materiaal uit Wool inzat, hun meest jazzy plaat én een van mijn favorieten. Ik was toch blij met Giant Normal Dwarf, mijn geliefkoosde Nits-nummer van het moment. Het Radiofonisch Instituut bleef wild van Cars & Cars, de opener van het concert.

Hoewel de groep al 30 (!) jaar zijn eigenzinnige ding doet is er nog hoop voor de toekomst, beste Nits-vrienden. In het publiek zaten zowaar kindjes van een jaar of 10-12, die na het concert een handtekening gingen vragen aan hun helden. Blij te zien dat goede muziek nog steeds wordt geapprecieerd en de opvolging verzekerd is ;-)

Gezien in CC Strombeek op 14 oktober 2006

Délirium Très Sax

Wat De Frivole Framboos doet met klassieke muziek, doen Les DéSAXés met hun saxofoon. Ze gebruiken hun instrumenten niet enkel om zomaar muziek te maken, maar ook als attributen voor de sketchshow (10x snel na elkaar zeggen !) die als een trein voorbij raast.

De naam Les DéSAXés is ook de franse vertaling van de titel The Misfits, een film van John Huston uit 1961. In hun show komen ook talloze muzikale filmfragmentjes voorbij, zoals The Pink Panther, The Blues Brothers, Star Wars en The Godfather. Verder spelen ze ook graag met muzikale thema’s als ska, klassiek, tango, rhythm ‘n blues, chanson en salsa.

Sommige sketches zijn er zó ver over dat ze hilarisch worden. In “het Zwanenmeer” komt één van de mannen in opgerolde broekspijpen en met een tutu rond zijn middel als bloedserieuze ballerina op de scène. De andere blazers geven hem muzikale begeleiding, maar gezien de tempowisselingen die ze doorvoeren, ziet de ballerina alle hoeken van de buhne. Ook de Benny Hill parodie was zeer te smaken.

Doorheen de show zijn ook een aantal rustpunten ingebouwd, waarbij ze op een serieuze manier een stuk brengen en wardoor hun muzikaal talent op een andere manier wordt getoond.

Je merkt zo dat deze mannen meer dan virtuozen zijn in hun genre. Het humorgehalte ligt flink hoog, maar af en toe bekroop mij het gevoel dat ik naar Jacques Vermeires grappentrommel zat te kijken. Teveel gegoochel ook soms met hoedjes en pruiken. Een paar sketches bijwerken of schrappen en de show wordt nog beter.

Gezien in CC Strombeek-Bever op 30 september 2006

Amina Figarova

Mijn eega heeft dat schoon geschreven, over het concert van het Amina Figarova sextet.

Ook ik vind jazz niet altijd even makkelijk. Ik zal niet alleen zijn, maar ik ben zo geconditioneerd om naar harmonieuze muziek te luisteren, dat de jazzgeluiden soms botsen in mijn hoofd. Alle instrumenten gaan hun eigen gangetje, om een fractie later mooi samen te vloeien in een ongewoon geheel en al even snel terug het omgekeerde te doen. En dat trekt me ook aan in dit genre, al is het niet altijd easy listening. En als jazz in mijn hoofd de radertjes van mijn stream of consciousness doet draaien, dan weet ik dat het goed zit. Dat deed de klank van het Amina Figarova sextet zeker.

Ik moet nog altijd lachen als ik denk aan de geweldig getalenteerde drummer Chris Strik. Hoe die mens smoelen trekt en onbewust uitdagend het publiek inkijkt ! Als om te zeggen “Kom maar af, wie doet beter”. Grandioos is dat, daarom alleen al zou je gaan kijken. En voor het grappige Nederlandse accent van de uit Azerbeidzjan afkomstige Amina.

Hun voorlaatste CD “Come escape with me” stond weken in de top 10 van Jazzweek. Misschien had de allusie op de doorbraakplaat van Norah Jones er iets mee te maken ? De stukken die ze uit die plaat gespeeld hebben, kon ik enorm smaken. Fragmenten uit “September Suite”, gebaseerd op 9/11, waren dan weer minder mijn kopje thee.

Amina Figarova sextet, 28 september 2006, CC Strombeek-Bever

De nieuwe Nieuwe Snaar

Van De Nieuwe Snaar weten we dat ze bijzonder creatief met teksten én muziek tegelijk kunnen zijn. En dat verwacht ik dan ook tijdens een nieuwe show. Maar de nieuwe nummers zullen de tand des tijds minder goed doorstaan dan nummertjes uit Hartelijk Gefotografeerd (De fotografie, Dynastierap, Ardennen doo-wop) en Revue (Liesjes poesje, René Magritte), die in het collectief geheugen gegrift staan.

De show begon met een aantal filmpjes uit de wel heel oude doos, over pioniers die hun droom wilden waarmaken en wilden gaan where no man has gone before, zijnde in de lucht. De meeste pogingen eindigden falikant, wat het een grappige tint gaf. Zo werden ook de helden geïntroduceerd, waar DNS het in hun show over wilden hebben. Hier en daar doken de helden ook wel op (onder de vorm van een vaderliedje), maar het was allemaal wat te fragmentarisch. In het verdere verloop van de show zochten de vier maten de vernieuwing op door freewheelend een aantal van hun (vooral instrumentarische) dada’s uit te werken, maar het miste te vaak zijn doel. De samenhang bleef zoek en het ingenieuze achterwege. Wie op het showelement dat Geert Vermeulen heet had gerekend om de boel te redden bleef ook wat op zijn honger zitten. In de vorige show “Omloop der lage landen” heeft hij zo’n onwaarschijnlijke dingen uitgehaald met elastieken en acrobatie dat dit nog moeilijk te overtreffen viel. En dat werd spijtig genoeg ook merkbaar tijdens Helden. Er werd gestunt met een paal en de pogingen tot vliegen zoals in de oude filmpjes werden nagebootst, maar het kunstje was te flauw.
Het veelbelovende thema “Helden” kwam nooit als rode draad écht bovendrijven in deze show. De mannen blijven natuurlijk vaklui als het op muziek maken aankomt, maar het miste bezieling.Geef mij maar de oude Nieuwe Snaar, zolang de nieuwe nog niet voldoende gestemd is.

Gezien in CC Strombeek-Bever op 17 mei 2006

De pit van Ibrahim

Gisteren was het huis dat Ancienne Belgique heet uitverkocht voor een fijn concertje van Buena Vista Social Club. De helden van dienst waren Manuel Galban, Cachaito Lopez, Manuel Mirabal en Aguaje Ramos. Nadat de boegbeelden van de Club nu voor eeuwig de hemel van zomerse muziek voorzien, blijft de rest van de groep de hort opgaan. Of zoals de AB het schreef op hun site : Na meer dan 10 jaar de backing te hebben verzorgd van BVSC en Ibrahim Ferrer’s live band, is nu de tijd gekomen om hen in de spotlight te plaatsen.

En daar wrong het schoentje toch. De groep deed zijn best om de standaard hoog te houden, maar miste charisma. De pit die Ibrahim Ferrer had om de boel in vuur en vlam te zetten was er niet. Het eerste deel van het concert was dan ook té mak gebracht. Aan Roberto Fonseca lag het niet, de man deed onwezenlijke dingen op zijn Steinway & sons. Ook de 70+-trompettisten zorgden voor wat animo door hippe pasjes uit te proberen die na 3 keer in de soep draaien, maar daar stoorden ze zich duidelijk niet aan. Pas na een klein uurtje begon het toch wat te stomen en deed de zanger zijn best om het publiek op sleeptouw te nemen. Het feestje barstte pas écht los toen bij de bisnummers Dos gardenõs para ti, en Candela op het publiek werden losgelaten. Maar toen was het ook ineens gedaan met de pret, de kaars werd te vroeg uitgeblazen.

Het concert van Buena Vista Social Club gisteren in de AB was zoals het mooie weer in België momenteel ; het kwam moeizaam op gang en eens het er was ook weer veel te snel gedaan. Maar als ‘t nog wordt zoals de laatste nummertjes, dan belooft het nog een zwoele zomer te worden !