Om de blog-annalen van 2006 ook cultureel af te ronden gooi ik mijn onafgewerkte kladjes Bruno-gewijs op een hoopje op tinternet, en wel in chronologische volgorde.
Platonov, Theater Antigone en Theater Zuidpool (28 oktober, CC Strombeek)
Johan Heldenbergh in een blijvend actueel stuk over een jongeman die vindt dat er niet genoeg engagement in zijn omgeving is. Dat, én zijn gevoel dat er meer moet te halen zijn uit het leven. Ironisch genoeg weet hij zelf ook niet hoe en koelt hij zijn frustraties op zijn geliefden. Decor en zichtbare regie waren zeer minimaal, waardoor de acteurs aangewezen waren op zichzelf om het stuk te vullen. En dat lukt, want voor mij was Platonov een stuk dat tot de kern ging en er écht stond. De onderhuidse woede van Johan Heldenbergh kwam hier goed tot zijn recht.
Ilse Delange (30 oktober, AB Brussel)
Van het Nederlandse meisje met het mooie snoetje had ik nog niet veel muziek gehoord. Dat ze country-getinte muziek zingt wist ik wel, maar daar hield het ook op. Ze heeft het onder de knie, het kunstje om met die typische, licht vibrerende stem wondermooie nummers te maken die een instant weemoedig en tegelijk behaaglijk gevoel opwekken. Wat Vonda Shepard ook doet bij Ally McBeal bijvoorbeeld.
Ik ben geen fan geworden, maar ‘k heb wel respect gekregen voor wat ze kan. Af en toe eens één van haar plaatjes opzetten moet kunnen.
In Memoriam (2 november, kerkhof Dilbeek)
Gezien de datum een wel heel toepasselijke theatervoorstelling op een kerkhof. Ijskoud en pikkedonker, die avond, gelukkig hadden de theatermakers gezorgd voor warme dekens, dito koffie en olielampjes. Het theaterstuk was opgevat als een soort kruisweg doorheen het kerkhof. Bij elke halte vertelde één van de acteurs over zijn ervaringen met dood en leven, aan de hand van anekdotes, bij leven én bij dood. Een aangrijpend stuk waar ik heel stil van werd.
Het meest beklijvende vond ik Hans Van Cauwenberghe als vader zonder zoon én grafdelver. Alsof hij het zelf had meegemaakt, zó oversteeg hij zijn rol en het stuk. De zinsnede “Af en toe moet het eens regenen in uwe kop, dan blijft het niet altijd grijs” vatte zijn visie op verdriet knap samen.
Absynthe Minded (10 november, CC Strombeek)
Het blijft een oud zeer, en als ze niet opletten ook een permanent : geluidstechnici die al dan niet bewust en onder het excuus van hun beroepsziekte de volumeschuivertjes teveel open zetten. Noodgedwongen heb ik het concert vanaf het tweede nummer met oorstoppen gevolgd (die ik trouwens vanaf nu naar elk concert meeneem), wat mijn beleving er niet op verbeterde. Maar van wat ik in deze omstandigheden kon ervaren heb ik zéér genoten. Absynthe Minded blijft een onnavolgbaar buitenbeentje in de Vlaamse rockwereld. Waar blijft die nieuwe plaat ?
‘k Val … Val in mijn armen (8 December, NTGent)
Wim Opbrouck op een podium, dat moet ik gezien hebben. Het blijft voor hilarische en ontroerende momenten zorgen. Samen met zijn publiek zoekt hij naar “momenten van bevrijding” (sic), om zijn ADHD én het ingehouden enthousiasme van het publiek een uitlaatklep te geven . Een avond met country als vertrekpunt, gebracht door 2 acteurs en dan nog in een schouwburg, het is geen alledaagse vertoning. In de bewust niet geheel affe voorstelling was, zoals het hoort, plaats voor veel gelach en een enkele traan. Zeker toen Els Dottermans en Wim Opbrouck zichzelf even June Carter en Johnny Cash waanden en de scène uit de film Walk The Line naspeelden, die waar Johnny June ten huwelijk vraagt op het podium. Ook te onthouden is de Cash-cover van “Jackson”, die omgedoopt werd tot “Menen”. Of “Fooled around and fell in love” van Elvin Bishop, waarbij Wim volledig uit de bocht ging en er “foefel eraan” van maakte. De interpretatie van “Motherland” van Nathalie Merchant vond ik dan weer minder geslaagd. En in het Brahms nummer hoorde ik, in tegenstelling tot de makers, helemaal geen country. Een prachtige afsluiter kwam er onder de vorm van “Fall” van Chip Taylor.
Gunter Lamoot, Henk Rijckaert (15 december, CC Strombeek)
Gunter Lamoot had ik eerder al in betere doen gezien en ook het materiaal was mij niet onbekend. Dat en het feit dat zijn stuk wel érg lang uitliep deden geen goed aan het prikkelen van mijn lachspieren. Hoewel de vuilbekkerij hoopvol lang uitbleef, werd het ten langen leste weer met bakken over de scène gegooid. Het shockeert allang niet meer, hooguit sorteert het nog een vervelingseffect. De zaal had ook meer zijn stijl uit De Laatste Show verwacht, werd mij duidelijk bij de commentaar tijdens het buiten gaan.
Naar het tweede deel van dit duo-optreden was ik zeer benieuwd. Nadat ik Henk Rijckaert een hele poos terug beloftevolle dingen had zien doen op een podium en hij sindsdien aan de weg was blijven timmeren op Cameretten, Humorologie en waar ook te velde, stond hij er nu met Loebas, zijn eerste langere show. De positieve evolutie naar meer geregisseerd cabaret was zeer duidelijk, op gevaar af de spontane rock&roll die hij tentoon kan spreiden te verliezen. De liedjes gaven beslist een meerwaarde aan zijn show. Blijven timmeren Henk !
Brand (16 december, De Werf Brugge)
Neef Jorre Vandenbussche en zijn vriendin Sara Vertongen hebben het aangedurfd om het teksttoneel van Ibsen te verorberen en het tot verteerbaar theater te brengen. Het consequent karakter van Brand, de jonge priester, leidt tot levensbepalende keuzes. Dat aspect van het stuk was heel beeldrijk uitgewerkt en liet zien waar die keuzes toe kunnen leiden. De link naar het fundamentalisme was dan ook snel gelegd, niet enkel op het theater (kleren en baard van Jorre), maar ook naast het theater. Daar hing de speech van Osama Bin Laden tegen de muur geplakt. Ook het hedendaags individualisme kwam als krachtlijn mooi naar voor, gezien de gevolgen voor de omgeving van het hoofdpersonage verregaand zijn.
Onbevooroordeeld kan ik in deze niet zijn wegens de familiebanden, maar toch was dit één van de sterkste dingen die ik al van Jorre en Sara heb gezien. Meer van dat in 2007 !
Thé Lau (20 december, AB Brussel)
Niettegenstaande onze late aankomst in de AB (sorry vrienden !) hebben we nog het grootste gedeelte van het concert kunnen volgen. Ik had Thé Lau al een paar keer eerder gezien (met The Scene op Rock Torhout, met Prima La Musica in de basiliek van Grimbergen) en telkens was ik zwaar onder de indruk van het kunnen van de God van Nederland. En dat was nu niet anders. Voor mij is Thé Lau momenteel een van de beste songschrijvers van de Lage Landen, naast Monza-man Stijn Meuris. Zijn songs bracht hij die avond in sobere vorm, met een kwartet van vrouwelijke strijkers en een pianist. Hij waagde zich ook aan een parlando gedicht over de woonplek van zijn zus en dat ging hem al even goed af.
“De dood, dat zijn violen,” wist Lau. Waarop hij een reeks songs over de dood bracht, die hij zelf als “het requiem van Lau” betitelde. Eén van die nummers was “Feest“, een festijn voor oor én gemoed. Op mijn begrafenis mogen ze het spelen. Mét violen.