Sam Vloemans – Otrabanda

Afgelopen week deed Sam Vloemans met zijn groep CC Strombeek aan om zijn nieuwe CD Otrabanda voor te stellen. Otrabanda, zo vertelde hij, verwijst naar “de andere oever”, de wijk waar hij in Curaçao is geboren. Voor de gelegenheid was de foyer van het CC verbouwd tot (een weliswaar cleane) jazzclub met seventies allures, met tafeltjes waarop bieren uit de stevigere regionen werden genuttigd.

[flickr id="6432308251" thumbnail="medium" overlay="false" size="small" group="" align="center"]

Vloemans stond met 5 andere muzikanten en instrumenten op het podium : trompet, drums, bas, toetsen, gitaar en trombone. Een hedendaagser keuze wellicht, maar ik miste toch een contrabas. Sam Vloemans als beatboxer hebben we even vluchtig kunnen aanschouwen, naar het schijnt is hij er goed in.

De muziek ging over stijlen als fusion, funky, cuban/latin, big band met zelfs een stukje elektronica erdoor gemixt. De nummers uit de CD waaieren dus vele richtingen uit. Naar mijn mening hadden ze er misschien beter aan gedaan de latin stijl uit te diepen, een genre dat ze met meer passie en plezier brachten dan de andere liedjes.

Halverwege het optreden sprak hij het publiek aan met de vraag of ze wilden meezingen. De studenten van de muziekacademie voelden zich niet erg aangesproken. En al zeker niet toen ze toch werden aangespoord en wat uitgelachen werden om hun hormonaal aangetaste toonvastheid. Niet doen dus, Sam. Ook niet “Er mag gedanst worden” bij de bisnummers. Maar bon, elk zijn goesting.

Fragmenten van de CD zijn op iTunes te beluisteren. Van het concert zelf (en de Aflligem Christmas) heb ik genoten, al overtuigde het me niet om de CD te kopen. Maar oordeel vooral zelf.

Binnenkort krijg ik Sam Vloemans terug op de planken te zien, maar dan met Duveltjeskermis.

FacebookShare

Admiral Freewheel

Eén concert uit ons cultuurabonnement viel onlangs uit de boot wegens andere verplichtingen. De tickets ruilden we in voor een concert van Admiral Freebee. Ik had geen hoge verwachtingen. En zoals dat clichématig gaat werd ik prettig verrast.

Het was première van de solotour van de Admiraal, zo bleek ook nog. Al was de man daar weinig aan gelegen. Hij had 6 gitaren mee, een dozijn mondharmonica’s en er stond een piano klaar. En 8 playlists, zoals hij zelf zei.

[flickr id="6390874601" thumbnail="medium" overlay="true" size="medium" group="" align="none"]

1 man op het podium en daar stond de show. Vanaf het begin deed hij zijn eigenzinnige ding en bracht een mix van frêle, intieme nummers, nog ongepolijste brokken muziek en melancholische nachtgeluiden. Hij was ook niet te beroerd om een nummer halverwege te stoppen, een absurd verhaal af te steken en daarna stante pede verder te zingen. Halverwege zei hij zelfs niet meer te weten wat te spelen en riep hij de hulp in van het publiek. Amper respons, waar zijn antwoord : “Weinig mensen die titels van nummers kennen.” Typerend voor Admiral Freebee, denk ik. Telkens hij een “bekend” nummer inzette, moest ik ook hard zoeken naar de titel. En toch werd ik helemaal meegetrokken in zijn universum.

Een concert heeft soms niet meer nodig, als de juiste man/vrouw met de juiste songs op het podium staat. Geen hard ingestudeerde nummers, straffe begeleiding of een caleidoscopische lichtshows. Just a man and his guitar.

Mijn liefste zei na afloop : “Die man is in het verkeerde land geboren.” Wie weet. Maar ondertussen krijgt u wel mooi de kans om ‘m bezig te zien, te lande.

Gezien in CC Strombeek op 23/11/2011

FacebookShare

Rocky komt altijd terug

buurman_cover

Het kind is nét 8 weken oud en ze geeft mij al cadeaus. Van mijn dochter (en met de financiële steun van mijn liefste) mijn eerste cadeautje gekregen : de eerste muzikale worp van Buurman.

Ik was al danig verslaafd aan de singles die ze op Radio 1 (soms wel ten treure) draaien : “God, ik en Marjon”, “Middellandse Zee” en “Pas 18″. En nu ook aan de rest van de CD. Flarden Raymond Van het Groenewoud komen langswaaien, of dezelfde warmte die in de liedjes van Pieter Embrechts te vinden is. Een fijne verrassing bij de CD is het tweede schijfje dat erbij zit. Instrumentale nummers, soms hernemingen van CD1, soms andere nummers. Een soort van soundtrack bij een (nog ?) onbestaande film.

De bijwijlen melancholische stem van Geert Verdickt pakt me soms meer dan goed voor me is. Tranen zijn daar soms het gevolg van. De muziek van Buurman roept meer dan eens mooie herinneringen op, of een onnoemelijk besef van geluk. Dat mag klef klinken, maar als muziek dat bij me doet dan verdient die een lofzang. Music is life.

Benieuwd om ze live aan het werk te zien. Misschien op Beleuvenissen op 10 juli in Leuven ?

FacebookShare

Monza met Rock im ring – het beest in Stijn Meuris

Vorige donderdag stond er een onalledaags spektakel op stapel op het Kolonel Dusartplein in Hasselt. Van ver doemde al een rood-witte circustent op. Een groot brandend “Monza” bovenaan de tent gaf een niet mis te verstane hint : hier is ‘t. Monza, nog steeds hét vehikel voor Stijn Meuris’ muzikale brein, bracht met “Rock im ring” hun nieuwe CD Attica! naar een live publiek, in de tent van Circus Malter. Enigszins nostalgisch (al eerder gedaan met een tournee van Noordkaap), anderzijds een goeie manier om nieuw publiek te lokken.

De setting zorgde voor een zelden geproefde sfeer bij een optreden. Het publiek zat bijna rondom het centrale podium op klassieke houten circusbankjes. Circusmensen gingen rond met bier uit flesjes. De tent stonk nog een beetje naar beesten. Kortom, een onvervalste kermissfeer hing in de lucht.

Het cirkelvormige podium was tot na het eerste nummer nog mysterieus omhuld tot in de nok van de tent. Toen letterlijk het doek viel konden we de nieuwe wolven van Monza voor het eerst aanschouwen. Dorstig en gedreven stuwden vooral de Kurt Cobain-lookalike broertjes Delacourt de show vooruit.

Maar ook Meuris stond bijzonder scherp die avond. Zonder veel bindteksten gooide hij de nummers naar het publiek en de talrijke aanwezige pers, als waren het hompen rauw vlees naar de leeuwen. Dat publiek reageerde teleurstellend lauw, wat vooral aan de veel niet-betalende genodigden gelegen zal hebben.

Live scoren de nieuwe nummers veel beter dan op plaat. Bij rustige beluistering van de CD werkt vooral de luidheid al snel op de zenuwen, terwijl de geldingsdrang van Attica! op een podium voluit kan ontplooien.

Tussen de nieuwe nummers door was er nog ruimte voor een paar Grand songs en één enkele Noordkaap melodie. Vooral bij die oudere nummers twijfel ik nog tussen het stormende geluid van de nieuwe band en het tikje meer finesse en diepgang van de oudere.

Monza heeft met Attica! opnieuw een rist nieuw en stevig materiaal klaar die ze ongetwijfeld op menig zomerfestival bij u in de buurt zullen brengen. Of een concertje in de tent, nog tot eind mei. Mis het niet, Meuris en de zijnen zullen u niet teleurstellen.

Gezien in Hasselt op 3 april 2008

FacebookShare

TV Tunes KN2

Een tijdje terug schuimden de “geitenbreiers van dienst” Wim Opbrouck en Ron Reuman het land af met hun liedjesshow TV Tunes KNT. Het concept was zowel eenvoudig als geniaal : de liedjes en begingenerieken van tv-programma’s uit onze kindertijd versmelten tot één muzikaal geheel en overgieten met een flinke scheut absurde Opbrouck-humor. De show was een leuke mix van jeugdsentiment, muzikaliteit en humor, en is vastgelegd voor de eeuwigheid op de gelijknamige CD.

Met TV Tunes KN2 proberen ze het opnieuw. Ondertussen de kinderprogramma’s ontgroeid schakelen ze over op de tv tunes uit hun tienertijd : The A-team, Dallas, Knight Rider, The Love Boat, The Flinstones en Skippy.

Met het aanstekelijke en onuitputtelijke enthousiasme van Wim Opbrouck (“Paracetamol !”) werd het ene nummer na het andere aan hoog tempo de zaal in gekatapulteerd. Muzikaal werden we eveneens verwend, met stuk voor stuk muzikale multi-talenten op het podium. Skippy the bush kangaroo kreeg zelfs niet alleen muzikaal meedoen, maar diende ook als gimmick doorheen de show.

Soms vermengden ze riffs en teksten van tig verschillende nummers tot één grote medley, maar al even vaak gingen ze daar te ver in. Het concept van de show teert namelijk op het collectief geheugen. Maar wanneer een tune té zeer werd verbouwd viel de herkenning weg en bleef het publiek wat op zijn honger zitten.
“‘s Avonds” van Toon Tellegen was bij vorige editie een prachtige afsluiter en een weldoend rustpunt in de show. Daar ontbrak het deze show aan, of je moest het thema van Love Boat meetellen, dat uiteindelijk toch ook uit de hand liep.

Gemengde gevoelens bij deze voorstelling dus. De plezante gekte van Wim Opbrouck doet het nog steeds, maar de mix en de arrangementen van de nummers schoten soms hun doel voorbij. Het sprankelende van de eerste editie is wat verdwenen. Wat blijft is een pretentieloze show nokvol nostalgische tunes en een flinke dosis ongegeneerde gekdoenerij.

Gezien in CC Strombeek op 2 april 2008

FacebookShare

Het rariteitenkabinet van Jan De Smet

Vegas Las timmert aan de weg. In het traditioneel programma van dans, muziek en theater in de Vlaamse cultuurcentra brengen ze een apart genre.
Bekende namen komen een causerie houden over hun niet voor de hand liggende en minder bekende passies. Stijn Meuris over zijn fascinatie met de sterren bijvoorbeeld, of Kurt Van Eeghem over jazz. Of zoals ze het zelf verwoorden : “stand-up non-fictie die u lachend van alles en nog wat bijleert”.

Jan De Smet, wijd en zijd bekend van De Nieuwe Snaar, kwam vertellen over hilarische platen in zijn memorabele collectie. Vlot verteller als hij is passeerden in geen tijd hopen unieke hoezen en obscure namen de revue. Eén van de kleinoden was een Beatles coverplaat, maar dan zogezegd opgenomen door muzieksterren uit de jaren 50. Beeld u Buddy Holly in die “A day in the life” zingt. Een anachronisme dat er eigenlijk weer geen is. Of nog, The Hawaiian War Chant, het nummer waarmee zijn rariteitenkabinet is begonnen. Het is ook de plaat die de bibliotheek van Mechelen tot vandaag nog altijd moet missen.

Maar het neusje van de zalm was toch Monja, de zelfverklaarde zangeres uit Aalst.

De Smet vertelde nog dat hij sinds kort ook een nieuwe bron voor de uitbreiding van zijn ongerijmde kennis van het genre heeft. Het cabaretviertal Neveneffecten raadde hem “The Bottom” aan, een wedstrijd in de Antwerpse jeugdhuizen waar de slechtste opnames ooit het tegen elkaar opnemen.

Hier en daar kon je in de geluidsfragementen een glimp van De Nieuwe Snaar ontdekken. Tijdens de vragenronde achteraf gaf Jan De Smet ook grif toe dat hij uit zijn bizarre platencollectie weleens de mosterd durfde halen.

Het rariteitenkabinet van Jan De Smet duurde een uurtje, zoals aangekondigd. Te kort, het had best langer mogen duren en de man heeft er ongetwijfeld het materiaal voor. Een initiatief dat navolging en uitbreiding verdient dus.

(Gezien in het Fenikshof in Grimbergen op 11 maart 2008)

Deze lijstjes sluiten hier mooi bij aan : The 100 Worst Album Covers EVER en
The 27 Most Hilarious Album Covers Of All Time

FacebookShare

Jef Neve trio

Gisteren stond het concert van het Jef Neve trio in de Google kalender. We hadden het trio al een paar keer gemist op de zomerfestivals, maar de tickets voor hun concert in de AB hadden we al een tijdje op zak.

Niet dat ik een jazzkenner ben, hoogstens een genieter. Wat me het het voordeel geeft dat ik onbevangen naar zo’n concert kan, en tegelijk het nadeel dat er een weinig gefundeerd verslag kan geschreven worden :-).
Het onbevangen gevoel dan maar. Vanaf de eerste klanken heb ik genoten. Het was meteen zó raak en zó vol gevoel dat er rillingen bij kwamen kijken. En er weer een geweldige stream of consciousness op gang kwam. Ik was zo ver weg in gedachten dat ik bij momenten niet meer bewust de muziek aan het beluisteren was.

De mannen zijn er overigens niet vies van om op andere manieren klanken te produceren. De drummer ging aan de slag met een kookpotdeksel en andere holle voorwerpen. Jef Neve zelf kroop bijna in zijn piano om aan de snaren te pulken. Zozeer zelfs dat hij badend in het zweet zijn bindteksten kwam brengen. Het moet topsport zijn voor die mens.

Het viel me ook op hoe weinig ruimte de individuele instrumenten kregen. Geen plaats voor ellenlange solo’s van piano, drum of contrabas, bijna altijd was er samenspel. En dat was goed zo, het hield de flow gaande die zo kenmerkend zijn aan de nummers van het trio.

Voor mij was het een concert dat me doet zoeken naar meer. Ik heb het ook met literatuur : als één boek van een auteur me bevalt, dan wil ik de rest van het oeuvre ook lezen.

Ik las op de site van Jef Neve dat het concert ook is opgenomen voor een live DVD. Als ik dat geweten had dan waren we *niet* op de eerste rij gaan zitten.

Op de site van Radio 1 kan je ook een interview met Jef Neve voor het programma DNA herbeluisteren. Ik onthoud volgende uitspraken : “als een muzikant speelt zoals hij is als mens, dan voel je dat, dat dat echt is.” Precies het gevoel dat ik gisteren had. En nog “Ik wil goed leven : me bewust zijn van me geluk en het delen met andere mensen.” Ik was helemaal mee.

(gezien in de AB op 14 oktober 2007)

Terzijde : met het “vernieuwde” Radio 1 zijn we er niet op vooruitgegaan om programma’s te herbeluisteren. Waar er vroeger nog één link stond om een programma te herbeluisteren, staan er nog soms 5. De muziek is eruit geknipt (tot daar nog aan toe) en er is ook geen reclame meer te horen (goddank). Maar is het nu zoveel moeite om die vijf stukjes aaneen te plakken ?
En de kwaliteit van de herbeluisteringen is ook “vernieuwd”. Het lijkt wel alsof je naar de AM-band zit te luisteren op een plek met slechte ontvangst. En dat in tijden van breedbandinternet …
Maar ik zal mijn grieven maar niet emailen naar Radio 1 zeker ?

FacebookShare

Overschotjes cultuur

Om de blog-annalen van 2006 ook cultureel af te ronden gooi ik mijn onafgewerkte kladjes Bruno-gewijs op een hoopje op tinternet, en wel in chronologische volgorde.

Platonov, Theater Antigone en Theater Zuidpool (28 oktober, CC Strombeek)
Johan Heldenbergh in een blijvend actueel stuk over een jongeman die vindt dat er niet genoeg engagement in zijn omgeving is. Dat, én zijn gevoel dat er meer moet te halen zijn uit het leven. Ironisch genoeg weet hij zelf ook niet hoe en koelt hij zijn frustraties op zijn geliefden. Decor en zichtbare regie waren zeer minimaal, waardoor de acteurs aangewezen waren op zichzelf om het stuk te vullen. En dat lukt, want voor mij was Platonov een stuk dat tot de kern ging en er écht stond. De onderhuidse woede van Johan Heldenbergh kwam hier goed tot zijn recht.

Ilse Delange (30 oktober, AB Brussel)
Van het Nederlandse meisje met het mooie snoetje had ik nog niet veel muziek gehoord. Dat ze country-getinte muziek zingt wist ik wel, maar daar hield het ook op. Ze heeft het onder de knie, het kunstje om met die typische, licht vibrerende stem wondermooie nummers te maken die een instant weemoedig en tegelijk behaaglijk gevoel opwekken. Wat Vonda Shepard ook doet bij Ally McBeal bijvoorbeeld.
Ik ben geen fan geworden, maar ‘k heb wel respect gekregen voor wat ze kan. Af en toe eens één van haar plaatjes opzetten moet kunnen.

In Memoriam (2 november, kerkhof Dilbeek)
Gezien de datum een wel heel toepasselijke theatervoorstelling op een kerkhof. Ijskoud en pikkedonker, die avond, gelukkig hadden de theatermakers gezorgd voor warme dekens, dito koffie en olielampjes. Het theaterstuk was opgevat als een soort kruisweg doorheen het kerkhof. Bij elke halte vertelde één van de acteurs over zijn ervaringen met dood en leven, aan de hand van anekdotes, bij leven én bij dood. Een aangrijpend stuk waar ik heel stil van werd.
Het meest beklijvende vond ik Hans Van Cauwenberghe als vader zonder zoon én grafdelver. Alsof hij het zelf had meegemaakt, zó oversteeg hij zijn rol en het stuk. De zinsnede “Af en toe moet het eens regenen in uwe kop, dan blijft het niet altijd grijs” vatte zijn visie op verdriet knap samen.

Absynthe Minded (10 november, CC Strombeek)
Het blijft een oud zeer, en als ze niet opletten ook een permanent : geluidstechnici die al dan niet bewust en onder het excuus van hun beroepsziekte de volumeschuivertjes teveel open zetten. Noodgedwongen heb ik het concert vanaf het tweede nummer met oorstoppen gevolgd (die ik trouwens vanaf nu naar elk concert meeneem), wat mijn beleving er niet op verbeterde. Maar van wat ik in deze omstandigheden kon ervaren heb ik zéér genoten. Absynthe Minded blijft een onnavolgbaar buitenbeentje in de Vlaamse rockwereld. Waar blijft die nieuwe plaat ?

‘k Val … Val in mijn armen (8 December, NTGent)
Wim Opbrouck op een podium, dat moet ik gezien hebben. Het blijft voor hilarische en ontroerende momenten zorgen. Samen met zijn publiek zoekt hij naar “momenten van bevrijding” (sic), om zijn ADHD én het ingehouden enthousiasme van het publiek een uitlaatklep te geven . Een avond met country als vertrekpunt, gebracht door 2 acteurs en dan nog in een schouwburg, het is geen alledaagse vertoning. In de bewust niet geheel affe voorstelling was, zoals het hoort, plaats voor veel gelach en een enkele traan. Zeker toen Els Dottermans en Wim Opbrouck zichzelf even June Carter en Johnny Cash waanden en de scène uit de film Walk The Line naspeelden, die waar Johnny June ten huwelijk vraagt op het podium. Ook te onthouden is de Cash-cover van “Jackson”, die omgedoopt werd tot “Menen”. Of “Fooled around and fell in love” van Elvin Bishop, waarbij Wim volledig uit de bocht ging en er “foefel eraan” van maakte. De interpretatie van “Motherland” van Nathalie Merchant vond ik dan weer minder geslaagd. En in het Brahms nummer hoorde ik, in tegenstelling tot de makers, helemaal geen country. Een prachtige afsluiter kwam er onder de vorm van “Fall” van Chip Taylor.

Gunter Lamoot, Henk Rijckaert (15 december, CC Strombeek)
Gunter Lamoot had ik eerder al in betere doen gezien en ook het materiaal was mij niet onbekend. Dat en het feit dat zijn stuk wel érg lang uitliep deden geen goed aan het prikkelen van mijn lachspieren. Hoewel de vuilbekkerij hoopvol lang uitbleef, werd het ten langen leste weer met bakken over de scène gegooid. Het shockeert allang niet meer, hooguit sorteert het nog een vervelingseffect. De zaal had ook meer zijn stijl uit De Laatste Show verwacht, werd mij duidelijk bij de commentaar tijdens het buiten gaan.
Naar het tweede deel van dit duo-optreden was ik zeer benieuwd. Nadat ik Henk Rijckaert een hele poos terug beloftevolle dingen had zien doen op een podium en hij sindsdien aan de weg was blijven timmeren op Cameretten, Humorologie en waar ook te velde, stond hij er nu met Loebas, zijn eerste langere show. De positieve evolutie naar meer geregisseerd cabaret was zeer duidelijk, op gevaar af de spontane rock&roll die hij tentoon kan spreiden te verliezen. De liedjes gaven beslist een meerwaarde aan zijn show. Blijven timmeren Henk !

Brand (16 december, De Werf Brugge)
Neef Jorre Vandenbussche en zijn vriendin Sara Vertongen hebben het aangedurfd om het teksttoneel van Ibsen te verorberen en het tot verteerbaar theater te brengen. Het consequent karakter van Brand, de jonge priester, leidt tot levensbepalende keuzes. Dat aspect van het stuk was heel beeldrijk uitgewerkt en liet zien waar die keuzes toe kunnen leiden. De link naar het fundamentalisme was dan ook snel gelegd, niet enkel op het theater (kleren en baard van Jorre), maar ook naast het theater. Daar hing de speech van Osama Bin Laden tegen de muur geplakt. Ook het hedendaags individualisme kwam als krachtlijn mooi naar voor, gezien de gevolgen voor de omgeving van het hoofdpersonage verregaand zijn.
Onbevooroordeeld kan ik in deze niet zijn wegens de familiebanden, maar toch was dit één van de sterkste dingen die ik al van Jorre en Sara heb gezien. Meer van dat in 2007 !

Thé Lau (20 december, AB Brussel)
Niettegenstaande onze late aankomst in de AB (sorry vrienden !) hebben we nog het grootste gedeelte van het concert kunnen volgen. Ik had Thé Lau al een paar keer eerder gezien (met The Scene op Rock Torhout, met Prima La Musica in de basiliek van Grimbergen) en telkens was ik zwaar onder de indruk van het kunnen van de God van Nederland. En dat was nu niet anders. Voor mij is Thé Lau momenteel een van de beste songschrijvers van de Lage Landen, naast Monza-man Stijn Meuris. Zijn songs bracht hij die avond in sobere vorm, met een kwartet van vrouwelijke strijkers en een pianist. Hij waagde zich ook aan een parlando gedicht over de woonplek van zijn zus en dat ging hem al even goed af.
“De dood, dat zijn violen,” wist Lau. Waarop hij een reeks songs over de dood bracht, die hij zelf als “het requiem van Lau” betitelde. Eén van die nummers was “Feest“, een festijn voor oor én gemoed. Op mijn begrafenis mogen ze het spelen. Mét violen.

FacebookShare

Misia : De schoonheid en de troost

Als ik de naam Misia laat vallen bij vrienden en kennissen krijg ik vaak gefronste wenkbrauwen. Voor alle duidelijkheid, ‘t is een portugese zanger met catalaanse roots. Ze brengt een mix van klassieke fado en exuberantere variaties in freestyle. Maandagavond speelde ze met haar grenzeloos talent én tonnen gevoel de AB plat.

Voor het eerste deel, ingevuld met de meer klassieke fado, had de zangeres zich in een sober zwart en wit enkellang kleed gehuld. Ze vertelde over de fado en hoe nauw die verbonden is met de poëzie en de literatuur. Veel portugese schrijvers pennen speciaal voor haar teksten op bestaande melodieën en haar muzikanten doen hetzelfde voor bestaande gedichten. De toon van het eerste deel was overwegend ingetogen en ernstig, zoals we van Misia gewoon waren. Ook al houdt ze aan de klassieke benadering, toch blijft haar uitvoering van de fado standaarden beroeren.

Na de pauze maakte de show een grote ommezwaai. Het sobere werd ingeruild voor meer uitbundigheid humor en frivoliteit, zwart en wit werden ingeruild voor een zwartsatijnen mantelpakje met vuurrode accessoires en naaldhakken. Misia verwelkomde ons in Hotel Dramabox. Met de nodige pathetiek en goed gedoseerd drama nam ze ons mee naar alle kamers van het hotel, elk met hun eigen verhaal en hun eigen gasten. Bij elke gast paste een ander lied. Zo ging het van een heerlijk nummer van Dalida (Pour ne pas vivre seul) over Argentijnse tango tot haar favoriete zangeres, Amàlia Rodrigues.

Tussendoor maakte ze frivole zijsprongetjes als rasverteller, waardoor het niet lang duurde vooraleer ze het publiek op haar hand had, voor zover dat nog nodig was na een ijzersterk klassiek gedeelte. Over elke gast, meestal schrijvers, zangeressen of acteurs, vertelde ze een zelfverzonnen anekdote, met veel zin voor verbeelding en humor. Zichzelf vergeleek ze met iemand die geen geweldige zangeres is en ook geen fantastische actrice. Om iets te doen, vertelde ze, breide ze dan maar pullovers voor alles en iedereen, van haar familie tot de auto’s op straat. Misia liet in Hotel Dramabox een humoristische, blije en soms zelfs absurde en surrealistische kant zien die we nog niet van haar kenden.

Misia interpreteert de fado niet, ze ademt hem. Ze brengt deze levensliederen met zo’n schijnbaar gemak dat je vanzelf aanneemt dat het haar natuur is. Een doorleefd talent helpt haar de saudade moeiteloos naar haar publiek over te brengen.

Misia zingt vaak over de donkere kant van het leven, over snijdend verdriet en dof gemis. Maar de balsem die ze daarbij aanbrengt is onovertroffen. De schoonheid en de troost zijn nog nooit zó tastbaar geweest op een podium.

FacebookShare