‘k Heb gisteren, net zoals Michel, de reportage over The Great Omani op BBC gezien. De documentaire bracht het levenseinde van de grootste boeienkoning van Engeland, die in de traditie van Houdini probeerde te stunten, in beeld.
De reportage toonde een 92-jarige bedlegerige man wiens lijf vol kanker zat, maar die in zijn hoofd nog wilde plannen had voor een nieuwe stunt. Aandoenlijk, bewonderenswaardig en zielig tegelijk was het. De stokoude man weigerde zich neer te leggen bij zijn nakende dood. Met jongensachtig enthousiasme wou hij keer op keer een nieuw idee vertellen aan zijn zoon, die er al horendul van was. Hij bleef dromen van krachttoeren, terwijl hij niet eens meer een glas of een sigaar proper kon vasthouden. Al had hij op zijn 90ste verjaardag wél nog eens al zijn kunnen getoond.
Maar na nog eens een ernstige inzinking begon hij te beseffen dat het einde nabij was. “Life is a big mistery to me. Why is it that I lie here in this bed ? Where has all the power and confidence gone ?” filosofeerde hij, terwijl hij naar zijn beverige, uitgemergelde hand staarde.
Hij besloot zijn wilde stuntideeën aan de kant te schuiven en zich voor te bereiden op een allerlaatste, ultieme act. Nog één keer de grootste zijn : ontsnappen aan de wereld in een kist en de wereldpers halen met die truc. En ‘t is hem gelukt, The Great Omani is in stijl ontsnapt. In een glazen koets met witte paarden.