“Is dat wat gelukt, met die broden ?” vroeg Bruno. Zeer wel, dank u. Ik was een paar zakken meel gaan halen in het Gents Bakkershuis en die konden niet snel genoeg uitgeprobeerd worden.
Even wat voorgeschiedenis misschien. Ik bak al ongeveer een jaar brood. Of tenminste, dat heb ik met vallen en opstaan geleerd. In den beginne waren er de klassieke beginnersfouten (teveel gist, te weinig gekneed, verkeerde verhoudingen meel/water, oven niet warm genoeg), maar al doende kreeg ik het mooie ambacht onder de knie. Als ik S.O.S Piet-gewijs de 3 belangrijkste lessen moet opsommen zijn dat :
1) Hou je aan de basisverhoudingen. Iets teveel of te weinig van een ingrediënt wreekt zich, altijd. Over wat die basisverhoudingen zijn kan je discussiëren :-) Op het tinternet vind je tientallen recepten met telkens andere verhoudingen. Voor mezelf heb ik die al experimenterend vastgelegd.
2) De omstandigheden moeten goed zitten, zowel voor het rijzen als voor het bakken.
3) Kneden, kneden, en nog eens kneden. Je kan nooit teveel kneden, te weinig wel.
Stof genoeg nog voor een postje met mijn ervaringen, later.
Maar terug naar de meelexperimenten, te beginnen met het zwarte woudmeel. Het zag er al bijzonder lekker uit tijdens het kneden, veel graantjes en een donkerbruine kleur. Bij de 2e rijstijd zag ik dat het deeg maar nipt tot aan de rand van de bakvorm kwam. Het zou dus compact brood worden. En dat bleek ook na het bakken. De smaak was zoals een zwarte woudbrood hoort te smaken : vol, een beetje zurig en doorspekt met graantjes.
Achteraf gezien had ik het zwarte woudmeel moeten mengen met pakweg 30% tarwemeel om het luchtiger te krijgen.
Vervolgens moest de zak 6 granenmeel eraan geloven. Het meel zag er niet uit zoals ik van 6 granen had verwacht. Ik vond maar een drietal granen in het meel, maar mischien was de rest in meer gemalen vorm aanwezig. Bij het kneden voelde ik me al snel de spreekwoordelijke ezel. Het meel zag er licht genoeg uit, dacht ik, dus ik had opnieuw verzuimd er gewoon tarwemeel onder te mengen. Ach, dat compact brood waren we ondertussen gewoon na het zwarte woudbrood. Het kneden ging dus wat moeizamer. Maar de smaak was opnieuw top, je krijgt een stevige boterham boordevol granen en een goeie beet. Ook een prima meelmix dus, die met een handvol tarwemeel eronder gemengd nog beter tot zijn recht zou komen.
Ondertussen zijn ook al speltbrood en stokbroden uit de oven gekomen. Later meer hierover, mét foto’s.
Ze gaan mij daar nog zien, bij het Gents Bakkershuis. Ik moest me de vorige keer inhouden om niet heel hun gamma te kopen. Maar net zoals op vakantie moet je altijd iets achterhouden om terug te kunnen keren, niet ?
