Dinsdag 22 november rond 18u was een moment waarop ik me tegelijk nostalgisch, verantwoordelijk en onwennig voelde. In de agenda stond het al weken te blinken : Oudercontact.
Voor het eerst “officieel” met iemand anders over het gedrag van je kleuter gaan praten, het voelt een beetje raar. De eerste evaluatie van het mensje dat je op de wereld hebt geholpen. Hoe doet ze het in die grote wereld, zonder ouders in de buurt ? Wat spookt ze allemaal uit in de klas ? Het was toch een beetje spannend om te weten wat haar juf zou vertellen.
Gelukkig kwamen er geen grote verrassingen. Ze gaat enorm graag naar school, zo hoorden we. En dat is in een instapklas uiteindelijk het belangrijkste. Als ze zich goed voelt in die omgeving kan ze de wereld die school heet rustig beginnen ontdekken.
Verder vertelde de juf nog dit : een enorm goed geheugen, zéér taalvaardig, soms dominant, af en toe een moeilijk te bedwingen driftbui, vlot meewerkend, soms imitatiegedrag (om aandacht te krijgen ?). Ofwel : geen abnormaal gedrag voor een kleuter van die leeftijd. Een eerste goed rapport dus. Oef !
Het omgaan met die driftbuien was ook al ter sprake gekomen bij de zorgjuf. En dat gaf me een goed gevoel bij onze schoolkeuze, dat ze hun kinderen van zo nabij opvolgen.
De nostalgie kwam instant binnen toen we op de bureaus van de zorg- en de turnjuf mochten komen. Oude lokaaltjes die dezelfde sfeer ademen als de ruimte waar ik in een ver verleden op een mechanische typemachine heb zitten hameren. Dat die ruimtes toen bestonden … maar nu dus nog altijd ! Het onderwijs trekt zich goed uit de slag, denk ik dan. Net genoeg centen om een degelijke opvoeding te bieden, maar een lege portemonnee als het op eigen leerkrachteninfrastructuur aankomt. Dat kan nog beter, Pascal Smet !