De vakantie was nog niet goed en wel begonnen of het was al prijs : poging tot inbraak in onze woning. Gewoon op klaarlichte dag, midden in de week. ‘t Was even schrikken toen ik thuiskwam van het werk, want een hele hoop buren stonden op straat. Ze stonden er allemaal met een verslagen gezicht bij en wilden me niks zeggen. “Uw schoonmoeder zal het u wel vertellen,” zeiden ze. Die was al thuis met Sophia, waar ze die dag op gepast had. Ik dacht al meteen het ergste, dat er iets met iemand van de familie gebeurd was. Ik had dan ook een dubbel gevoel toen ze me van de inbraakpoging vertelde. Opgelucht dat het “dat maar was”, verveeld met de schade en de rompslomp.
Eén of meerdere sujetten hadden geprobeerd een raam open te krijgen door met een schroevendraaier het hout en daarmee ook het sluitingsmechanisme kapot te wringen. Door een interne beveiliging in het raam is dat uiteindelijk niet gelukt en hebben ze hun poging maar gestaakt. Niets gestolen dus, maar wel een vernield, niet meer te sluiten raam dat diezelfde avond nog door een nooddienst hermetisch werd dichtgetimmerd. De politie zag onmiddellijk dat het om amateurs ging. Waren het professionelen geweest, dan hadden we de schade aan het raam nog niet eens gemerkt maar was ons huis wel leeggeroofd, vertelden ze me.
Ik stelde me onmiddellijk de vraag wat ze nu van échte waarde konden meegrissen in ons huis. Wat elektronica misschien, maar daar houdt het dan ook bij op. En al wat in die categorie te zwaar is laten ze vermoedelijk links liggen. Verder hebben wij geen dure juwelen of kunst, geen cash of merkkledij, laat staan een dure auto. Dan vraag ik me af wat ze in een huis als het onze zien dat ze het toch eens proberen. En de dingen die ik niet zou kwijtwillen, de persoonlijke bezittingen met sentimentele waarde (foto’s, boeken, brieven, …) zijn voor dat schorem waardeloos. En wie zijn dat dan, vroeg ik me nog af ? Gissingen bestempelen al vlug bepaalde bevolkingsgroepen, dus daar waag ik me verder niet aan. Of toch één vaststelling : krapuul is het.
En nu zitten we daar nog steeds met dat volledig versplinterde, dichtgetimmerde raam, midden in het bouwverlof. Na talloze telefoontjes was er één timmerman bereid om te komen kijken naar de schade. Toen we ‘m vroegen iets op papier te zetten zodat we de herstellingswerken op gang konden trekken, zei de man laconiek dat ie al een kwartier in bouwverlof was. *zucht* Dan maar aftellen tot 31 juli zeker ?


