10 miles van Antwerpen : the day after

(*de kilometeraanduiding in dit verslag is benaderend, u leest straks hoe dat komt)

Zondagmiddag, 14u45. Het startvak staat goed vol, ik sta met mijn collega’s al flink achteraan. De zon schijnt stevig, dat wordt zweten en geregeld drinken straks. Er heerst een gemoedelijke sfeer, geen zenuwachtigheid of prestatiestress te bespeuren. Om 15u wordt het startschot gegeven, maar het duurt nog een dikke 6 minuten vooraleer we echt aan lopen toekomen.

Kilometer 3. Belofte aan mezelf : nooit meer voluit starten. De eerste kilometers heb ik de ziel uit mijn lijf gelopen om de grote, tragere massa achter me te kunnen laten. Ik deed dat door op de Blancefloerlaan op het gras van de middenberm te gaan lopen. Mijn lichaam spoort me aan mijn eigen tempo te zoeken, mijn motor mag niet oververhit raken. De zon doet me te hard zweten en wind is er ook al niet.

Kilometer 4. We duiken de Kennedytunnel in. Net vóór de ingang staat een vrolijke menigte aanmoedigingen te schreeuwen. De duisternis en de relatieve koelte doet me goed, al ben ik nog altijd geen fan van tunnels. Geen publiek, geen uitzicht en ik twijfel aan de luchtkwaliteit van een plaats waar dagelijks auto’s roet uitstoten. Ik kom Frank Van Linden tegen, een moedige man in een handbike. Vanachter op zijn zitje lees ik www.hetkan.be.

Kilometer 7. De eerste waterbedeling komt geen moment te vroeg. Ik krijg een halve literfles (!) in mijn handen geduwd. Ik gebruik meer water om mijn bovenlijf en hoofd af te koelen dan om te drinken. De volgende 500 m moet ik slalommen tussen halflege flessen. Een uitschuiver op zo’n flesje kan fataal zijn.

Kilometer 9. Ik kom de Kaaien op. Even doorbijten, het gaat iets minder. Erna gaat het richting Grote Markt en verder de stad door. Ik steek een collega voorbij, dat geeft me een opkikker. De straatjes worden nauwer en het lijkt wel alsof iedereen spontaan trager gaat lopen om bekenden te zoeken tussen de toeschouwers. Het is slalommen (en een beetje duwen en trekken) om mijn tempo aan te houden.

Kilometer 11. De Meir komt in zicht. Ik had een joelend menigte verwacht, maar wordt onthaald door een lauw publiek. Waarschijnlijk teleurgesteld dat de winkels niet open waren en ze nu naar een bende gekke lopers moesten kijken.
Mijn rechtervoet begint op te spelen. Ik voel wat getrek, maar geen pijn. Hopelijk wordt het niet erger.

Kilometer 12. Het ergste is voorbij, er komt terug ruimte om te lopen. Ik voel dat de runner’s high mijn lijf overneemt. Een heerlijk moment in de wedstrijd. Iedereen die mij gek verklaart dat ik 16 of 20 km loop wil ik dit gevoel eens geven.

Kilometer 14. De aflopende Waaslandtunnel geeft iedereen een duwtje in de rug. Het tempo wordt aangetrokken om nog een goeie tijd neer te zetten. Halverwege klimt het wegdek terug en veel lopers mispakken zich. Ik weet uit ervaring dat ik kleinere passen moet nemen en moet temporiseren en doseren. Enkelingen beginnen te zwijmelen, te zwalpen en gaan finaal tegen de vlakte. In de verte laveert een ambulance zich door de meute lopers.

Kilometer 15. Een vreemde gewaarwording als ik het licht aan het eind van de tunnel in mijn ogen krijg. Nog een kort stuk, een bocht van 180° en dan de boog van de finish in zicht. Er proberen nog wat mensen mij voorbij te steken, maar ik hou ze achter mij. Ik klok af op 1u28 brutotijd. Mijn Nike+ vertelt me dat ik het geklaard heb in 1u22. Ik hoor Carl Huybrechts, speaker van dienst, vertellen dat er nog net geen 4000 lopers zijn aangekomen. Dankbaar neem ik een AA-drinkje aan dat in geen tijd door mijn keel verdwijnt. En nog eentje. Er staan hopen vriendelijke medewerkers om de toestromende massa zo snel mogelijk van drank te voorzien, van hun chip te verlossen en een medaille rond de nek te hangen.

Uitblazen en wegwezen.Een mooie tijd en een mooie wedstrijd, ik ben voldaan ! En klaar voor de 20 km door Brussel denk ik, al moet dat natuurlijk nog bewezen worden. Blij ook dat mijn voet tijdig was hersteld en dat ik de beslissing genomen heb toch mee te doen.
Nog een pint met de collega’s en dan naar huis. Maar dat valt tegen. Om 18u30 staat er nog een massa volk aan te schuiven om de tram naar de Park&Ride parkings te nemen. De Lijn had nochtans voor 20 extra trams gezorgd, maar het succes van het evenement bleek groter dan verwacht. Dat spreekt enkel voor het evenement zeker ?
Volgend jaar terug ? Ik ben geneigd ja te zeggen. 19 april 2009 staat al aangekruist in mijn agenda.

FacebookShare